In de Moulin Rouge


Bizar en huiveringwekkend. Zo kun je mijn ervaring met de Moulin Rouge gerust noemen. En het vreemde was: niet eens zozeer tijdens de show, maar vooral erna.

Op een zaterdagavond zat ik in de Moulin Rouge, aan de rand van Montmartre. Voor 120 euro krijg je een Cirque du Soleil-achtig spektakel voorgeschoteld. Én een halve fles champagne. Voor de liefhebbers is het een legaal, toeristisch buitenkansje om veel vrouwelijk schoon te bewonderen. Maar de legende zuigt iedereen naar binnen. Bussen lopen leeg zo de zaal in. Om negen uur en nog een keer om elf uur. Iedere avond weer.

Meer dan honderd danseressen huppelen monokini over het podium. Danseressen van over de hele wereld. Met allemaal een ding gemeen: een cup B. Ze worden er op geselecteerd. Na twee uur kun je geen borsten meer zien. Of je moet een onuitputtelijke liefhebber zijn!

Uiteraard ontbreekt de French Can Can niet. De rokken in de kleuren van de tricolore gaan omhoog en de rechterbenen slaan naar links en de linkerbenen naar rechts op de bekende melodie van Jacques Offenbach: taaa, tatata-taa-ta! Dat legendarische deel duurt amper drie minuten in een show van twee uur. 

Naast de French Can Can kijken we ook naar adembenemende acrobatiek en een gevaarlijke slangenact. (Vooral als je te dicht bij het podium zit.) En het zijn die slangen die mij niet meer loslaten…

 

… Toen het cabarettheater in 1889 zijn deuren opende was Parijs uitgegroeid tot het decadente centrum van de wereld. Het was hetzelfde jaar waarin de splinternieuwe Eiffeltoren miljoenen bezoekers ontving op de Exposition Universelle (Wereldtentoonstelling). Het was een en al opwinding. Met het aantal bordelen in de stad kon je alle witte én zwarte vakjes van twee damborden vullen. Het was Belle Epoque!  

Edward VII, de Engelse leisure king, kende de weg naar het bordeel Le Chabanais en de Moulin Rouge als zijn broekzak. Hoewel hij zijn broek vaker niet dan wel aan zijn aanzienlijke achterwerk had hangen. De grote vedettes van de Moulin Rouge heetten Jane Avril en Mistinguett. De beroemdste van allemaal luisterde naar de naam la Goulue (de gulzige). Een straatmadelief die niet op haar mondje was gevallen. Zij riep midden in haar act: “Champagne voor iedereen! Op kosten van Edward!” 

In die eerste jaren lag er achter de rode molen een rijk gedecoreerde tuin. Met zelfs een reusachtige olifant! Aan zoveel extravagantie konden zelfs de Amsterdamse iT en Studio 54 in New York later nog een puntje zuigen. In zijn meer dan 130-jarige bestaan sloot de Moulin Rouge slechts één dag: op de uitvaart van zijn eerste uitbater: Charles Zidler, op 10 november 1897. (Dat was uiteraard voordat het bizarre jaar 2020 verscheen…)

 

… Ruim 120 jaar later zat ik in diezelfde zaal te kijken naar ongeveer 200 borsten, toen even later het volgende gebeurde. Er werd een bassin opgelicht met daarin vier boa constrictors. Een wulps jong meisje, nagenoeg naakt, dook in het bassin en begon te dansen en te knuffelen met die slangen. Tot zover niets aan de hand. Maar twee dagen later volgde een navrant staartje. Op maandag opende ik de krant en las dat niet het meisje maar de dresseur zelf gewurgd was door een van zijn eigen slangen! Hij kon het niet meer navertellen. En toch ondanks dit ongeluk spelen de boa constrictors nog altijd een rol in het programma. U weet wat ze zeggen in de entertainmentindustrie: The show must go on!

Voor meer Moulin Rouge oude stijl: Moulin Rouge (1952 Film) Can-Can Dance (HD) - YouTube

De vrouwen van Parijs: Amélie Poulain 


Herinnert u zich deze nog-nog-nog-nog…? Die ene stomende scène in de Franse feel good-film Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain? Er kwam zoveel opgeklopte ontlading vrij dat de aarde leek te schudden in Montmartre. Er kwam zoveel energie vrij dat in de bar de lepeltjes in de glazen dansten. Er was zoveel gêne in de lucht dat Amelie de mensen alleen kon afleiden met de krachtige climax van het cappuccinoapparaat. Die scène dus! Dat toilet is gewoon zichtbaar. Sterker nog, u kunt die gewoon bezoeken èn gebruiken!

Ik kwam daar enkele jaren geleden achter. Bij toeval. 

 

In Rue Lepic, één van de gezellige straten van Montmartre, staat een café dat het voornaamste decor is geweest voor de meest succesvolle Franse film van de afgelopen twintig jaar. Amélie Poulain, gespeeld door Audrey Tautou, dat meisje met dat zwarte halflange haar en die grote sprekende ogen, werkt daar als bediende. Ze is stil en verlegen, een tikkeltje op zichzelf, heeft haar familie en de provincie achter zich gelaten, en ze wacht op de (ware) liefde. Intussen om haar heen zijn ook andere types die zo hun verlangens en behoeften hebben. Zo is er de dame die tabak verkoopt in een apart hoekje van het café. Overigens vindt u in Parijs honderden van die punten waar in een apart hokje van het café tabak, krasloten en kauwgum worden verkocht. In de film zit tegenover zo’n tabac de hele dag een door vrouwen gefrustreerde klant. Daarvan zullen er in Parijs ook vast een hoop in het café zitten. Maar dit even terzijde.

Nu was ik op mijn verjaardag in deze bar, Café des Deux Moulins. Een stijlvol ingericht café uit de jaren vijftig. De sfeer is heel informeel, relaxed. Iedereen is welkom en het eten is lekker. Met mijn gezelschap genoot ik van een heerlijke lunch. Na een uur daar gezeten te hebben gingen we iets anders doen. Als ik ergens vertrek ga ik meestal preventief naar het toilet. Niets is zo vervelend om ergens onderweg te moeten. Dus ik maak aanstalten, loop het kleine vertrek binnen en… ik besef ineens waar ik ben. Ik zag mezelf heel intens in een filmdecor staan. Dit was hèt toilet. Ineens schoot als een Proustiaanse ervaring die ene scène mij te binnen. Dus hier hebben die twee, de tabaksvrouw en het frustraat samen… oké, natuurlijk gespeeld door acteurs… maar toch, niet minder overtuigend… U zult begrijpen, ik had ineens een heel andere beleving op het toilet. 

 

Mocht u nu ook zoiets willen meemaken? Of zelf gewoon een stukje Franse filmgeschiedenis willen beleven? Twijfel dan geen moment en ga naar Rue Lepic. U kunt het café niet missen, want een hele grote foto van dé Amélie Poulain zuigt u naar binnen. (Overigens is het tabaksgedeelte sinds 2002 afgebroken.)

Als u de film nog niet kent dan heeft u heel leuk huiswerk te doen voordat u naar Parijs komt. Amelie Poulain is zeker de moeite waard: het verhaal is onderhoudend, de diepere laag grijpt je naar de keel (hou de tissues in de buurt als u van verfijnde emotie houdt), de prent is prachtig gefilmd, vol met warme kleuren en een subliem shot bij Canal Saint-Martin. De muziek is even legendarisch en duizenden keren gekopieerd. En natuurlijk is er Amélie Poulain zelf. Ergens woonachtig in het doolhof dat Parijs heet. Deze rol schoot actrice Audrey Tautou naar het sterrendom, ze stond zelfs naast Tom Hanks in de Da Vinci Code. Ook die film speelt zich grotendeels af in Parijs. 

De film Amélie Poulain gaf een nieuwe impuls aan de Franse filmindustrie èn aan de Parijse romantiek zoals wij die het liefste zien. Tegendraads en gecompliceerd. Helemaal van nu, maar toch met een vleugje melancholie.

Trump in mijn tour


Komende week kiezen de Amerikanen hun president voor de komende 4 jaar. Die verkiezing leeft ook in Frankrijk. Vorige week werd bijvoorbeeld iedere dag op het Franse journaal een reportage uitgezonden over de stemming in Florida, een zogenaamde swing state. Een staat vol pensionado’s waar de uitslag allesbehalve vast staat. Iedere dag een reportage over vooral 70-plussers die elkaar het leven zuur maken, omdat ze óf pro-Joe Biden zijn óf door willen gaan met nogmaals 4 jaar Donald Trump. Er was zelfs een shot te zien van ouderen die vergaderden met een eettafel vol vuurwapens! Dat recht is namelijk verankerd in de grondwet.

Terug naar Parijs. De Franse diplomatieke verhouding met Donald Trump is de laatste jaren op z’n zachtst gezegd: behelpen. Emmanuelle Macron, onze president, probeerde aanvankelijk goede maatjes te worden met Trump. Maar ja, voor een vriendschap heb je twee personen nodig en Trumps persoonlijkheid is voer voor psychologen. Uiteindelijk is er een soort onbeholpen haat-liefde relatie uitgerold. Trump kwam meestal één keer per jaar langs in Parijs. Zoals bijvoorbeeld in 2019 voor 75 jaar D-Day, de herdenking van de bevrijding van Europa op de stranden van Normandië. Trump sliep dan met zijn vrouw in de Amerikaanse ambassade, pal naast het Élysée, waar Macron met zijn vrouw Brigitte woont. 

Trump was danig onder de indruk van Brigitte. ‘Voor haar leeftijd ziet ze er nog goed uit’, complimenteerde hij haar op een manier die kenmerkend is voor hem. Deze onverbloemde taxatie van Brigitte sprak hij overigens al uit nadat de Trumps twee jaar daarvoor te gast waren geweest op het défilé op Quatorze Juillet. U weet wel, die optocht waarbij militaire voertuigen en de brandweer en de politie Place de la Concorde passeren en de straaljagers over de stad razen met de tricolore uit de uitlaten. 

Trump was niet alleen onder de indruk van Brigitte, maar ook van het défilé. Hij wilde ook zo’n parade invoeren in de Verenigde Staten, namelijk op 4 juli, de Amerikaanse nationale feestdag. 10 dagen vóór de Franse tegenhanger. Plannen die trouwens (nog) niet helemaal uit de verf zijn gekomen. De belangstelling was evenredig aan die van zijn inauguratie in 2017 en bleef ver achter bij zijn verwachtingen.

Wat Trump wèl is gelukt, is dat hij een oprechte ruzie veroorzaakte in een van mijn tours. Het was op een heel fijn pleintje in Montmartre dat het onmogelijke gebeurde. Montmartre staat bekend om zijn street art. De wijk hangt ermee vol. Vaak worden creaties van lokale kunstenaars in hun ateliers voorbereid en daarna op de muren van Montmartre geplakt. Street artists reageren constant op elkaar. Het komt voor dat ik drie dagen achter elkaar een tour geef in Montmartre. Dat klinkt misschien repetitief, maar het is absoluut geen straf om dat te doen. Want iedere dag is er iets nieuws te zien. Vorig jaar hing er een heel bijzonder stukje street art op Place Émile-Goudeau: het gezellige, boomrijke plateau bij het oude atelier van Picasso, Bateau Lavoir. Doorgaans erg druk, vooral op het terras met een prachtig zicht op Parijs.

Vroeger hing halverwege de tour een beeltenis van Barack Obama. Als wij Obama passeerden wist ik door de reactie van mijn gasten meteen wat hun politieke kleur was: rood of blauw. Ik wist meteen wat voor vlees ik in de kuip had en daar kon ik dan mijn woorden op aanpassen. Of wijselijk zwijgen. De meeste street art gaat tijdelijk mee en Barack Obama was na enkele maanden vervallen. Zomer 2019 hing er even verderop ineens een andere president: Donald Trump. Een street artist had hem flink onder handen genomen. Donald Trump had een Donald Duck-masker op. Of was het nu andersom? 

Als we arriveren bij die spotprent zijn de reacties meestal niet van de lucht. Vorig jaar volgden twee koppels uit de Verenigde Staten mij in de tour. Die liep op een bepaald moment volledig uit de hand. Eén koppel was absolute Trump-aanhangers, terwijl het andere koppel niets van hun president moest hebben. Zij waren geen fan van zijn beleid en in hun ogen verdeelde hij ook het land. Dus die gingen met elkaar volop in discussie op een druk Place Émile-Goudeau. De situatie verhitte zodanig dat een van de mannen boos wegliep. O jee! dacht ik. Dus ik achter die man aan: ‘Are you okay, sir? Are you able to continue the tour with us, please?’ Uiteindelijk wist ik hem te kalmeren; hij was immers op vakantie. Gelukkig gold ook voor hem dat Parijs uiteindelijk een pleister op de wonde kan zijn.

U ziet: in Parijs hebben wij zo onze eigen redenen dat na de verkiezingen de tweedeling in Amerika weer snel enigszins oplost.

 

De man die met zijn hoofd in zijn handen liep 


Een van merkwaardigste hoogtepunten in Montmartre is de man die met zijn hoofd in zijn handen loopt. 


Goed verscholen, vlakbij de buste van Dalida (wat een combinatie), vinden we een standbeeld van een heilige. Het statue staat in een square, een klein parkje, met een prachtig uitzicht op een van twee overgebleven molens van Montmartre. Het standbeeld stelt de Heilige Dionysius van Parijs voor. De eerste bisschop van de stad en een van de oudste verhalen over Parijs. 

We schrijven 250 na Christus. De Romeinen zijn de baas in Parijs. Iedereen die Astrix en Obelisk heeft gelezen weet dat Parijs toen Lutetia heette. Dionysius stichtte de eerste houten kerk in Lutetia, op de plek waar later de Notre Dame werd gebouwd. Alleen de bisschop had een probleem, een grandioos probleem: het christendom was (nog) illegaal. Dat zou pas in 313 veranderen met het Edict van Milaan door de Romeinse keizer Constantijn. Dat was voor onze vriend dus zo’n 60 jaar te laat. 

Dionysius werd ter dood veroordeeld. De onthoofding vond plaats op een heuvel ten noorden van Lutetia. Zoals gebruikelijk door de zwartkracht viel het hoofd op de grond en rolde enige meter verder. Maar wat gebeurde er daarna?! Iets wonderbaarlijks! Want tegen de natuur in, zakte het lichaam niet op de grond neer. Nee, de bisschop pakte achteloos zijn hoofd op en waste het in de dichtstbijzijnde fontein. Vervolgens nam hij zijn hoofd in zijn hand en als een gps liep hij nog enkele kilometers verder. En toen viel hij uiteindelijk neer op de plek waar hij begraven wilde worden. 

Een boerin was zo netjes om dat te doen. Op dat graf werd rond 480 een basiliekje gebouwd. Dat werd een bedevaartsoord waaromheen een stad begon te groeien. Vanaf Clovis in de zesde eeuw tot aan de Franse Revolutie (1789) zijn vrijwel alle Franse koningen in die basiliek begraven. Dat is me nogal een lijst! (In de bijbehorende abdij ontstond ook nog eens de gotische bouwstijl, maar dat is weer een ander verhaal.) Het stadje kreeg de naam van de heilige martelaar: Saint-Denis. Nog altijd bezoeken jaarlijks duizenden en duizenden toeristen de kathedraal van Saint-Denis even ten noorden van Parijs. 

De bisschop kreeg niet één plaatsnaam naar zich vernoemd, maar liefst twee. Als je de naam Mont-martre ontleed dan betekent dat letterlijk de 'martelaarsberg' (martyr). Nou ja, laten we niet overdrijven. Met een hoogte van honderddertig meter is het eerder een heuveltje. En wie was dan die martelaar? Inderdaad, dat was onze Saint-Denis, de heilige Dennis! 

Een standbeeld van de man is niet enkel te vinden in de square naast de buste van Dalida, maar ook op een andere prominente plek in Parijs. Op het linker portaal van de Notre Dame staan acht heiligen in de deur uitgehouwen. Een daarvan is onmiskenbaar Saint-Denis. Te herkennen uit duizenden: hij houdt altijd het hoofd in zijn hand. 

Als u dit verhaal nogal ongeloofwaardig vindt klinken, wil ik u graag het volgende meegeven. Want u bent niet de enige. Als ik dit fabuleuze verhaal over Saint-Denis en zijn hoofd vertel, vinden kleine kinderen het prachtig. Tieners daarentegen kijken me sceptisch aan. Zo van: dat kan toch hélemaal niet, iemand met zijn hoofd in zijn handen! En dan is mijn antwoord altijd: “Met een beetje fantasie wordt Parijs nog veel mooier dan het al is.” 😉