BLOG PARIS PROMENADE
HIER VIND JE IEDERE WEEK EEN NIEUWE BLOG OVER HET LEVEN VAN JE GIDS IN PARIJS. AVONTUREN EN VERHALEN DIE JE OOK KAN BELEVEN ALS JE MET ONS MEEGAAT OP ONZE WANDEL TOURS.
LEESTIJD PER BLOG: 3 à 4 MINUTEN
VEEL LEESPLEZIER!
Het bijzondere park van André Citroën
Op een hete zomerdag liggen hele families onder bomen. Salades te eten. Kinderen spelen in de fonteinen en verkoelen zich met waterstralen uit de grond. Net zozeer zie je mensen die aan het pootjebaden zijn en lokale kleuter spelen in vies vijverwater. Het maakt allemaal niet uit in de onverdraagzame hitte. Dit tafereel zie ik deze zomer in parc André Citroën. Van de kleine dozijn parken die we hebben in Parijs is dit misschien wel de onbekendste. Ver weggestoken in het 15de arrondissement. Maar ook dit groen is bijzonder, onder andere vanwege zijn ligging, een bijzondere uitkijk over de stad en zijn geschiedenis. Want ooit stond hier op deze site iets heel anders: een fabriek van één van de bekendste namen van Frankrijk.
In 1915 besloot André Citroën een werkplaats in te richten in Javel. Die was bedoeld om granaten te produceren voor de oorlog tegen Duitsland die toen gaande was. Op het hoogtepunt in 1918 produceerde hij niet minder dan 40.000 projectielen per dag. In deze fabrieken werkten voornamelijk vrouwen die ook wel munitionnettes werden genoemd. Zij werkten onder zware omstandigheden, maar profiteerden anderzijds van innovatieve voorzieningen zoals kinderdagverblijven en kantines.
Na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, bleef Citroën produceren. Geen granaten meer, maar vooral een voertuig dat toen enorm in opkomst was: de automobiel. Hierbij liet Citroën zich inspireren op Amerika. Het Taylorisme en de lopende bandproductiemethoden zorgden ook in Frankrijk voor een ultramoderne infrastructuur. Hierdoor wist Citroën de kosten te drukken en de Citroën Type A werd de eerste volksauto. In de jaren 1920 was het merk toonaangevend. In Amerika nam Henry Ford al soortgelijke initiatieven; de Duitse Volkswagen kwam onder impuls van Adolf Hitler pas op in de jaren 1930. De fabriek in Javel bood in 1928 werk aan bijna 30.000 mensen, waaronder 6.000 vrouwen.
Het merk Citroën bleef een fenomeen op de Europese automarkt. Wie heeft er niet in (mee)gereden? In de jaren 1970 kampte de fabriek met een gebrek aan ruimte en de infrastructuur bleek niet meer geschikt voor de nieuwe productiemethoden. Daarop werden meer en meer productieactiviteiten verplaatst naar de provincie, met name Aulnay-sous-Bois. In Javel rolde de laatste Citroën, een DS, in 1975 van de lopende band. In 1982 sloot de fabriek definitief.
Toen was er ineens een gigantisch braakliggende terrein vrijgekomen. De 22 hectare werd overgenomen door de Franse staat die er een woonwijk installeerde en een park. Dit 13 hectare grote park, ontworpen door landschapsarchitecten Gilles Clément en Allain Provost, en architecten Patrick Berger en Jean-Paul Viguier, werd geopend in 1992.
Met meer dan 3,22 miljoen geproduceerde voertuigen in Javel, is deze locatie niet minder dan een belangrijk hoofdstuk in de industriële en sociale geschiedenis van Frankrijk. Die waardering wordt uitgedrukt in een André Citroën Park, metrostation Javel-André Citroën en de André Citroën middelbare school. In het park bevindt zich ook een buste van de oprichter, samen met een paneel dat de geschiedenis van de locatie beschrijft, met name ter nagedachtenis aan de vrouwelijke munitiewerkers.
Vanuit het park is ook de stad zichtbaar. Op zonnige dagen gaat een luchtballon aan kabels omhoog en vormt zo een alternatief uitkijkpunt vanuit het westen op de stad Parijs. Bovendien ligt naast het park aan de kade bijna het hele jaar door (lage) cruise schepen. Het is immers heerlijk rustig hier. Komt gerust zelf een kijkje nemen in een andere stukje Parijs.
Emily van Paris
Van een hype is Emily In Paris intussen net zo’n vaste waarde geworden als de Eiffeltoren en de Moulin Rouge. Op aanvraag laat ik je graag de belangrijkste Emily-spots zien.
Het begon allemaal net na de Covid. Tientallen miljoenen mensen over de hele wereld volgden op Netflix Emily Cooper die door haar werkgever naar Parijs is gestuurd. Emily - gespeeld door Lily Collins, de dochter van poplegende Phil Collins – spreekt amper frans en spartelt in de Parijse jungle. Maar niet té meedogenloos, want - uiteraard – vindt ze ook de liefde. Die woont een etage onder haar, maar zoals dat betaamd in een serie duurt het even voordat de daad bij het woord wordt gevoegd. Genoeg onderhuidse spanning dus – zowel op het beeldscherm als bij de kijker thuis.
Tijdens al die avonturen passeren de vooroordelen en de cliché van beide bevolkingsgroepen – Fransen en Amerikanen – de revue. Vooral de Franse critici konden er niet mee lachen dat de Parijzenaars zo op de korrel worden genomen. De meningen over de kwaliteit van de serie variëren. Niettemin is de reeks gigantisch populair.
Dat bleek wel toen ik enkele zomers geleden met gasten door Montmartre liep. We naderden het steile stukje richting Place Emile Goudeau. Even na 1900 werkte Picasso hier in zijn atelier Le Bateau Lavoir aan zijn kubistische meesterwerken. Enkele meters daarvoor is er een populair terrasje van de brasserie Le Relais de la Butte met een schitterend uitzicht op Hotel des Invalides (waar de assen van Napoleon in een tombe liggen). Altijd een hoogtepunt in onze Montmartre tour. Maar deze ochtend konden we er naar fluiten om ook maar in de buurt te komen van dit plein. Het hele plein van Picasso was met lint afgesloten. Er waren opnames bezig. Voor de toen 3de serie van Emily In Paris.
Intussen zijn we minimaal 2 series verder. Emily en haar crew zijn onder andere uitgeweken naar Italië. Dat was tegen het zere been van de president. ‘Emily is van ons,’ zei Macron ooit gedecideerd. De link met Parijs blijft hoe dan ook verbonden. Daar help ik graag een handje in mee.
De plek waar de meeste belangstelling voor uitgaat is bij het Panthéon in Quartier Latin. Op het pleintje ernaast, het charmante Place de l’Estrapade, vinden we 2 waardevolle plekken uit de serie: de bakkerij waar Emily haar eerste croissantje koopt èn het restaurant waar haar onderbuurman werkt op wie ze een oogje heeft. Overigens serveert dat restaurant in het echte leven geen Franse maar voornamelijk Italiaanse gerechten. En die gerechten zijn, weet ik uit eigen ervaring, opvallend goed. Als we een Emily-tour doen, is het altijd mogelijk om een lunch te regelen in dit restaurant.
Het heilige der heilige, is aan de overkant te vinden op nummer 1: het appartement waar Emily woont. Vrijwel altijd als ik daar passeer, staan er meisjes van rond de 20 of jonger leeftijdsgenoten in pose op de foto te zetten.
Op aanvraag organiseer ik graag een Emily tour. We bezoeken niet alleen haar appartement, ook nemen we een kijkje in een andere unieke Emily-spot in de tuin van Palais Royal waar zij Mindy, de nanny, ontmoet. Op deze plek, bij het bankje waar ze hun brood opeten, doe ik een geheimpje uit de doeken dat zelfs de grootste Emily-fan doet opkijken.
Heb je de smaak te pakken? Wacht niet langer en stuur een mailtje naar Paris Promenade: [email protected]
Architectuur : Centre Pompidou (postmodernisme)
Hij was ziek, ernstig ziek; en dat was dan weer het grootste staatsgeheim van Frankrijk. Toch hield George Pompidou het tot aan zijn dood vol als president van Franrijk (1969-1974). In die periode van aftakeling besloot hij een museum na te laten dat zijn naam zou dragen. Een soort ontmoetingsplek voor producenten en consumenten van 20ste-eeuwse kunst. Centre Pompidou gaat chronologisch verder waar Musée d’Orsay ophoudt.
De architectuur van het gebouw is minstens even controversieel als een groot deel van de collectie (Duchamp, Kadinsky, Rothko, Warhol, Mondriaan…). Die bouwkundige controverse was er al toen het gebouw tussen 1972 en 1977 in de steigers stond. De architecten Renzo Piano en Richard Rogers konden op veel kritiek rekenen. Als ik er met gasten langskom vraag ik altijd wat ze ervan vinden. Positiever dan ‘Interessant’ vang ik doorgaans als antwoord niet. De gezichtsuitdrukkingen spreken doorgaans boekdelen.
Het gebouw ligt ingeklemd in Beaubourg. Dat zou je gemakshalve de rand van Marais kunnen noemen. Aan de andere kant zie je in de verte Les Halles, het grootste winkelcentrum van Europa. Omdat één kant van het gebouw tegen de gaywijk van Le Marais ‘aangeplakt’ ligt, zijn de kleurige buizen als overzicht moeilijk te bezichtigen. Dat is jammer. Blauw verwijst naar lucht, in de vorm van airconditioning. Groen staat voor water, geel voor elektriciteit. Rood verwijst naar bloed, dat zuurstof naar de cellen transporteert. De architecten zagen het gebouw als een organisme dat door rood tot leven wordt gebracht. Daar zorgden ook de bezoekers voor. Vandaar dat de roltrappen en liften rood gekleurd zijn. Ik heb ook gehoord dat je dat rood mag vertalen als ‘beweging’. Die kant kun je dus moeilijk bekijken, omdat er een drukke straat naast ligt die niet al te breed is.
Aan de ‘open’ kant ligt een groot plein en zie je vooral veel glas in het gebouw. En veel leidingen, muren, pilaren, fundamenten… Veel onderdelen die doorgaans verborgen blijven achter de buitenmuren zijn hier in vol ornaat zichtbaar. Typisch een postmodernistisch trekje. Ook de ventilatoren aan de andere kant van het plein horen bij de architectuur van het gebouw.
Naast het gebouw vind je de Stravinsky Fontein, uit 1983. Niet officieel een onderdeel van
Centre Pompidou, maar qua artistieke sfeer ligt deze ‘watercompositie’ in het verlengde van het museum. Architectonisch gezien is ook iets anders interessant op deze plek: als je naast Pompidou staat hoef je geen enkele stap te zetten, enkel 180 graden draaien om je as om de Notre Dame te zien liggen. In één zwierige pirouette overbrug je zomaar 800 jaar: 1163 tegenover 1977. Dàt is Parijs: onvergelijkbaar met eender welke stad op deze planeet!
Oorspronkelijk wilde Pompidou kunst dichter bij de burger brengen. Daarom was het museum aanvankelijk gratis. Dat heeft men kunnen volhouden tot eind jaren ’90. Sindsdien kost een ticket geld. Het instituut ondergaat intussen zijn 2de restoratie. En dat is een gewichtige zaak: de deuren zijn in 2025 gesloten. Dat blijven ze tot 2030. De kosten van deze 5-jarige vernieuwingen bedragen minimaal 200 miljoen euro. Benieuwd hoe het er dan uit zal komen te zien.