BLOG PARIS PROMENADE 

HIER VINDT U IEDERE WEEK EEN NIEUWE BLOG OVER HET LEVEN VAN UW GIDS IN PARIJS. AVONTUREN EN VERHALEN DIE OOK U KAN BELEVEN ALS U MET ONS MEEGAAT OP ONZE WANDELROUTE. 

LEESTIJD PER BLOG: 3 à 4 MINUTEN
ALVAST VEEL LEESPLEZIER!


Sacre Coeur

 

De Montmartre tour is een van de mooiste tours in Parijs. Iedereen is gecharmeerd van de groene, rustige omgeving van de Moulin de la Galette, de luxueuze tuinen rond Avenue Junot, het pittoreske uitzicht vanaf het beeld van Dalida, la Maison Rose en de wijngaard. Hier heerst een bijna provinciale rust. En dan tot slot, omdat men het toch verwacht, duiken we de massa toeristen in. Eerst op Place de Tertre met zijn kunstschilders en dan als het ultieme eindpunt de Sacre Coeur. Altijd een storm na de stilte. 

De Sacre Coeur is een moderne kerk. Het is amper ouder dan 100 jaar. (De Notre Dame is 750 jaar oud.) De Sacre Coeur was een antwoord op de bloedige Commune-opstand van 1871. De plek waar in de oudheid een Romeinse tempel stond ter ere van Mercurius, de god van de handel en de reizigers, stond in 1871 vol met kanonnen. Na de bloedige meiweek (zie de blog over Louise Michel, één van de vrouwen van Parijs) zijn die kanonnen weggehaald en heeft de Katholieke Kerk het initiatief genomen om er een basiliek te bouwen. De mensen ‘bekeerden’ zich en wilden hun gelovigheid laten zien door een godshuis neer te zetten. 

Alleen… er was een gebrek aan geld. Met speciale acties en inzamelingen, werd 40 miljoen Franse frank bij elkaar gesprokkeld. Een opmerkelijk feit is dat het grootste deel bij de dames van ‘lichte zeden’ vandaan zou zijn gekomen. De Place Pigalle ligt op een steenworp afstand. Maar er is ook een andere lezing. Het parlement zou hebben ingegrepen en het project gefinancierd hebben. De basiliek werd zo een staatsaangelegenheid.

De bouw, die begon in 1885, verliep niet gemakkelijk. De heuvel was een gatenkaas vanwege de jarenlange geëxploiteerde kalkgroeven, met hun lange gangen en diepe putten. Deze moesten eerst allemaal worden dichtgegooid en versterkt voordat de fundamenten gelegd konden worden.  

De vorm van de Sacre Coeur is herkenbaar uit duizenden: de architecten Abadie en Magne kozen voor een romaanse en Byzantijns bouwstijl met opvallende torens. De kerk wordt ook wel spottend de ‘zoete suikerbol’ genoemd. In de vierkante, 84 meter hoge, klokkentoren aan de achterkant van de basiliek hangt de ‘Savoyarde’. Een klok met een gewicht van 19 ton(!) en daarmee één van de grootsten ter wereld. En hoe klinkt die klok dan? Helaas zullen we het nooit weten. De fundering van het gebedshuis zou het begeven als de klokken zouden luiden. 

Is de vorm al bijzonder, het merkwaardigste is toch wel de kleur. Of liever: de kerk is kleurloos. De muren blijven altijd opvallend wit. Zelfs na de decennialange luchtvervuiling. Hoe komt dat? Het materiaal van de Sacre Cœur bestaat uit travertijn, een vrij zachte en enigszins poreuze steensoort uit de grotten van even buiten Parijs (Seine-et-Marne). Travertijn is kalksteen en produceert bij regen een wit kalklaagje aan de buitenkant, waardoor de basiliek wit van kleur blijft. Dat is goed te zien op de plekken waar dat niet zo is. Aan de voorkant staan 2 gigantische standbeelden: de Heilige Lodewijk, de Middeleeuwse koning van Frankrijk, en Jeanne d’Arc. Door oxidatie zijn de oorspronkelijk bronzen beelden helemaal turquoise geworden. Daaronder zie je op witte muren zichtbare uitlopers van de blauwgroene beelden.

De Sacre Coeur was af in 1914, maar toen begon de volgende oorlog. Ze hebben uiteindelijk 5 jaar gewacht, tot 16 oktober 1919, voordat de basiliek werd ingewijd ter ere van het Heilige Hart van Jezus Christus. Je kan 24 uur per etmaal komen bidden. ’s Nachts wordt er een bed voor je opgemaakt en na ontwaken kan je gebruik maken van een ontbijtje. Als je een rechtgeaarde gelovige bent tenminste.

De anderen, vooral toeristen, plaatsen zich op de trappen ervoor, genietend van het uitzicht op oostelijk Parijs. Vooral op vrijdag- en zaterdagavond is het hier druk. Dat zie je vooral de ochtend erna aan het afval dat helaas niet wordt opgeruimd. Het is dan één groene, verstilde zee van blikjes en plastic verpakkingen. Vooral van een Amsterdamse bierbrouwer.

Hotel de la Marine


Wat me altijd heeft gefascineerd toen ik in Parijs kwam wonen was de enorme aandacht voor de oude koloniën. Ook al hadden die gebieden zich inmiddels al lang ontworsteld aan het moederland. In Nederland heb ik dat nooit zo ervaren. Ik herinner me amper aandacht voor de oude overzeese gebieden. Wie zegt er nog “Ons Indië”? Wie interesseert dat überhaupt? De afhandeling met Suriname was in mijn jeugd vooral een hoofdpijndossier waar we zo snel mogelijk van af moesten. En als je over de Kongo begint, stoppen de Belgen dit onderwerp liefst ver weg in een hoek van een stoffig museum. Weliswaar met schaamrood op hun kaken. 


Nee, dan is het in Frankrijk héél anders. Want ook al veroorzaken de ex-protectoraten ook daar nogal wat stress en gêne, toch hoor en zie je vaker reportages, documentaires en artikels over deze gebiedsdelen. Het lijkt voor de Fransen moeilijker om afstand te doen van het idee van het grote Franse wereldrijk waar de zon niet onderging. Om u een voorbeeld te geven: ik heb altijd sterk de indruk dat voor de Fransen Quebec eerder een deel van Frankrijk is dan een Canadese provincie. Zo vaak wordt dat bij Frankrijk betrokken.

Uiteraard bij zo’n grote natie met gebieden over de hele wereld hoort een uitgebreide maritieme administratie. Dat Ministerie van Marine en Koloniën was gevestigd in Hotel de la Marine. Dat is dat gebouw op Place de la Concorde dat jarenlang in de steigers stond. Maar uiteraard worden verbouwingen ooit afgerond. Het gebouw wordt ontdaan van zijn steigermantel. Als het ware uitgepakt. En dat moment is deze zomer. 

Met uw rug naar de Seine staat er voor u op Place de la Concorde een twin building - om het op z’n goed Nederlands te zeggen. Twee gebouwen worden als een volmaakte symmetrie doorgesneden door Rue Royale - de straat die naar de Madeleinekerk leidt. Links het Crillon Hotel, één van de duurste hotels van de stad. Aan andere kant van Rue Royale: Hotel de la Marine. Dat is geen hotel, maar een onneembaar bastion van administratie en bureaucratie. Maar daar is nu verandering in gekomen. In 2015 verliet de commandant van de marine zijn post. Twee jaar later begon men met de renovaties. Nu, weer vier jaar later, heeft het gebouw zijn nieuwe bestemming gekregen. Niets geen bureaucratie meer, want het nieuwe doelpubliek dat bent u. Vanaf deze zomer is het gebouw voor iedereen toegankelijk. 

Het project is volledig tot stand gekomen met de steun van het Centre des monuments nationeaux. Het resultaat van de renovatie is oogverblindend. Dat is vooral goed te zien als u het gebouw ingaat. Er is een nieuwe glazen plafond aangebracht door de architecten Hugh Dutton & Associés. Er is voor gekozen om het gebouw zoveel mogelijk in de originele staat terug te brengen, zoals het was in de 18de eeuw. Met smaakvolle toevoegingen uit de laatste 200 jaar. Zo krijgt u in verschillende vertrekken en in de salons een zweem van de tijd van de Verlichting toen Frankrijk toonaangevend was in de wereld. De tijd van de pruiken en van Marie-Antionette. De tijd van de bekende filosofen en de revoluties. De tijd van de grootsheid van een rijk waar de zon niet meer onder zou gaan. U zult dan ook beter begrijpen waarom de Fransen zo trots zijn op hun land, hun geschiedenis, hun verworvenheden die ze uiteindelijk net zo goed bijna allemaal verloren. En die wonden likken ze nog altijd. 

Wat overblijft is de gerestaureerde pracht en praal uit tijdperken die tot de verbeelding spreken. Als u wilt dromen en u uw fantasie de vrije loop wilt laten gaan, dan is Hotel de la Marine echt iets voor u. Weer zo’n indrukwekkend attractie in de grandioze cultuurstad Parijs. 

Dromend van Canal Saint-Martin

 

Water. H2O. Wie drinkt het niet? 

Als al die kleine waterdruppeltjes een massa vormen, gebeuren er wonderlijke dingen. Onmogelijk van elkaar te scheiden vormen ze een rivier of kanaal. En aan het eind verliest de rivier zichzelf in de zee. Er gebeurt van alles als je opgaat in het water. In Parijs kan dat nergens zo comfortabel dan aan Canal Saint-Martin. Hier beleeft het water gewoon zoveel meer. Ben je net rustig water aan het zijn, word je ineens door elkaar geschut. Dat overkomt de stroom in het Canal Saint-Martin menigmaal. Het kanaal kent namelijk enkele prachtige sluizen die het water doen borrelen. En in de kalme delen sprankelt het water in het zonlicht.
 

Klinkt allemaal heel mooi en aardig, maar misschien bent u gewoon meer geïnteresseerd in andere vloeistoffen dan water. Canal Saint-Martin staat bij Parijzenaren bekend als één van de allerbeste plekken om een goed glas te drinken. Hier en daar zijn er terrasjes, maar nog leuker is gewoon letterlijk aan het water te zitten. Met een glas wijn of een flesje bier. De jonge generatie Parijzenaren zweert al lang niet meer bij wijn alleen. Twee generaties hippe vogels staan langs Canal Saint-Martin net zo gezellig met een biertje in de hand. Of een cocktail.

Het kanaal vindt u in het 10de arrondissement. Le Marais, even verderop, is intussen ingenomen door de toeristen. Mainstream en net zo klassiek als Montmartre en Saint-Germain-des-Prés. Nee, als u het echt anders wilt aanpakken, meer trendy, dan kiest u voor Saint-Martin. De lieflijke gietijzeren loopbruggetjes bij de sluizen geven cachet en allure. Misschien kent u het verbluffend kleurrijke shot in de prachtige feel good-movie Amelie Poulain bij zo’n sluis. Net als Amelie kunt u steentjes gooien over het wateroppervlakte, of gewoon dromerig voor u uit staren en genieten dat u simpelweg in Parijs bent. 

 

U kunt het kanaal echter niet alleen verkennen langs het kanaal, maar ook op het kanaal. Dan ervaart u ook hoe er door anderen naar het water wordt gestaard. En naar u! Twee keer per dag vertrekt vanuit het Arsenaal een rondvaartboot die het kanaal stroomopwaarts vaart. Eerst onder de stad ten hoogte van Richard Lenoir (waarboven op zondag een markt wordt gehouden). Na een kwartier komt u met de boot bovengronds. En dan zit u werkelijk tussen de sluizen en de waterhoogteverschillen. Ronduit fascinerend om het water op gelijke hoogte te zien stromen. Het Bassin de la Villette, waar de boot uiteindelijk aanmeert, ligt aanzienlijk hoger dan het vertrekpunt bij de Seine. Canal Saint-Martin is goed verstopt aan de oostkant van Parijs, het heuvelachtige deel van de stad. 

Maar werkelijk de meest diepgaande manier om Canal Saint-Martin te ontdekken is door mee te gaan op een tour van Paris Promenade. Een van onze gidsen is gespecialiseerd in Canal Saint-Martin. Tijdens de wandelroute lopen we delen van het kanaal af, we passeren een gedenkteken ter nagedachtenis van de slachtoffers van de Bataclan-aanslag in 2015. We lopen door een ander stukje Marais om uiteindelijk te eindigen bij de jachthaven Arsenaal naast het roemrijke Place de la Bastille. Van harte aanbevolen als u werkelijk een ander stukje Parijs wilt ontdekken dat nog niet tot de clichés behoort.


Meer blogs van PARIS PROMENADE 
                    en nog véél meer over uw favoriete stad leest u op...