BLOG PARIS PROMENADE 

HIER VINDT U IEDERE WEEK EEN NIEUWE BLOG OVER HET LEVEN VAN UW GIDS IN PARIJS. AVONTUREN EN VERHALEN DIE OOK U KAN BELEVEN ALS U MET ONS MEEGAAT OP ONZE WANDELROUTE. 

LEESTIJD PER BLOG: 3 à 4 MINUTEN
ALVAST VEEL LEESPLEZIER!


Eigenlijk werd Bob Dylan op Pont Neuf geboren


Ooit, lang geleden, toen auto’s nog eeuwenlang niet waren uitgevonden, toen was Pont Neuf het centrale plein van Parijs. Place de la Concorde en de Champs-Élysées moesten nog worden aangelegd. Je kunt je dat nu niet meer voorstellen. Pont Neuf staat voor mij nu vooral synoniem met een drukke overgang van rive droite naar rive gauche, waar je slechts kunt oversteken met gevaar voor eigen leven. Maar dat was ooit anders. Wat is zo bijzonder aan de Pont Neuf? 

Fier, op de spits van Île-de-la-Cité zit Hendrik IV op zijn paard vergoten in een standbeeld. Aan deze koning danken we Pont Neuf. Wat is het verhaal? Om zich sneller in veiligheid te brengen tegen allerlei gespuis wilde Hendriks voorganger, met dezelfde naam maar een cijfertje lager, een brug laten bouwen die van het eilandje Île-de-la-Cité direct naar het Louvre leidde. Alsof hij het al voorvoelde, werd hij inderdaad vermoord. Zijn opvolger, Hendrik IV, was een notoire rokkenjager maar ook een van de beste koningen die Frankrijk ooit heeft gehad. Hij wist de eenheid in het land terug te brengen en zorgde voor economische voorspoed. Toen hij als eerste in december 1605 met zijn paard over de nieuwe brug galoppeerde begonnen de Parijzenaren enthousiast aan het eerste standbeeld voor hun koning. Dat beeld werd in de negentiende eeuw vervangen door het huidige exemplaar aan Pont Neuf. 

Leuk verhaal, maar… wat is nu zo speciaal aan die Pont Neuf? Iedereen, werkelijk iedereen die met mij meegaat op een wandeltour begint altijd over die Pont Neuf. Het is gewoon een brug, zoals 36 andere bruggen over de Seine in Parijs. Alhoewel. Zo gewoon is ie ook weer niet. Na al die houten constructies uit de Middeleeuwen was deze brug de eerste van steen. Vandaar Neuf. Dat betekent hier geen ‘negen’, zoals gasten vaak denken, maar ‘nieuw’. Een afgeleide van ‘nouveau’. Maar nog veel bijzonderder is dat de brug vanaf het begin er min of meer uitzag zoals die er nu uitziet. Zonder volgebouwd te zijn met huizen en andere houten gebouwen. Dankzij de nieuwe constructie van de brug konden de stadsbewoners eindelijk een blik werpen op de Seine. Daarvóór had men er geen oog voor, letterlijk en figuurlijk. De schoonheid die de Seine geeft aan de stad werd totaal niet onderkend. Dat kwam niet bij de mensen op. Integendeel, de rivier was vooral een achteloze afwatering voor afval. 

Toen Pont Neuf rond 1630 het centrale middelplein van de stad was geworden, trok dat vele mensen aan van allerlei pluimages. Een bekende uitdrukking uit die tijd was: ‘Je bent er altijd zeker van om op de Pont Neuf op eender welk tijdstip een monnik, een wit paard en een hoer te ontmoeten.’ Verzekerd van een mensenmassa op de brug werd hier gretig op ingespeeld. In de Middeleeuwen waren er al de bekende troubadours die informatie overdroegen door het nieuws te zingen. Maar dat duurde vaak héééééééél lang. In de Moderne Tijd deden ze dat sneller. Ze deden er amper twee à drie minuten over. Het nieuws werd compact en op een bekende melodie gezongen. Catchy en met een goede hookline. Zo pakte je de aandacht van passanten, en hield je die net lang genoeg aan voordat ze weer verdergingen op weg naar hun bestemming. Mond-op-mond verspreidde het nieuws zich over de rest van de stad. Andere delen van het land werden met de postkoets bediend.

Maar er was meer aan de hand. Want deze liedjes markeerden ook en passant de geboorte van een nieuw soort chanson, de ponts-neufs. Eigenlijk een soort singletjes avant-la-lettre. Om nog preciezer te zijn: van de protestsong. In twee à drie minuten kon je je boodschap kwijt. Dat was vaak een scherpe tekst die de nodige impact moest genereren. Zo zou er een andere wind gaan waaien en de tijden zouden veranderen. Heeft Bob Dylan dat later ook niet gezongen? Inderdaad, eigenlijk vindt de Amerikaanse zanger daar zijn echte geboorte als artiest.

 

Informatie deels ontleend aan: Bart van Loo, Chanson.



In het volle licht van Vincent Van Gogh

Op mijn laatste verjaardag viel ik pardoes terug in mijn jeugd. Dat gebeurde in Ateliers des Lumières. Er was een tentoonstelling van Vincent van Gogh. Een projectie van bewegende beelden overal om me heen, onder mijn voeten, hoog boven mijn hoofd. Overal was Vincent van Gogh. Waar ik keek en overal waar ik niet kon kijken. Maar het was niet Vincent die mij terugbracht naar mijn jeugd. Net als bij de Petit Madeleine van Proust zorgde het onverwachte voor die sensatie. Van de projecties wist ik immers dat die zouden komen. Ik had een jaar eerder Gustav Klimt gezien op dezelfde locatie. 

De schilderijen schoven over de muren. Vaak gegroepeerd per kleur. Het blauw van La Nuit étoilée (Starry Night). Het gouden geel van het korenveld. Het oranje geel van de zonnebloemen. Zoals bij Mozart melodie zich in je hart boort, zo geeft Van Gogh kleur aan je leven. Een appel waaraan je moet toegeven. Anders blijft spijt de rest van je leven zich aan je opdringen. Nina Simone zong in de zaal Don’t Let Me Be Misunderstood. Dit lijflied werd Vincents ondergang, ver voordat het nummer werd gecomponeerd. Het onbegrip en het gebrek aan erkenning doopten hem in de absint, sneden hem zijn oor af, schoten hem in de borst.

Het schuiven ging maar door, een galerie van portretten: dokter Gachet die hem tevergeefs van zijn zenuwziekte wilde genezen, de bardame Agostina Segatori, de familie die aardappels at. En ook de kerk van Auvers-sur-Oise: vervormd, blauw en dansend. Hoezeer ik ook mijn best doe, de mooiste woorden die ik kan bedenken doen geen recht aan alle kleuren die ik toen zag. Je verwacht er zoveel van, je kijkt er al maanden naar uit, dan kan het alleen maar tegenvallen. En dat gebeurt dan niet. Het is minstens even mooi als dat je stiekem hebt gehoopt. Leven zonder verwachtingen is in werkelijkheid zoveel moeilijker dan het lijkt in woorden. 

Het gebeurde eigenlijk al vroeg in de show, dat ik opeens een melodie hoorde die mij al volkomen in haar bedwang had toen ik vijftien jaar was. In die hete zomer in de jaren negentig, toen ik op mijn slaapkamer de wereld aan het ontdekken was. De klanken die zo goed bij Vincent pasten waren van Janis Joplin. Haar allermooiste: Kozmic Blues. Zoveel verdriet dat je de hele kosmos zou kunnen opvullen met je tranen. Dat zou een (tijdelijke) liefdesexplosie hebben opgeleverd: Janis Joplin en Vincent van Gogh! Alhoewel: waar hij heel serieus en fijngevoelig op de dingen inging, zou zij het allemaal weer schaterend hebben weggelachen. Misschien niet zo’n goede combinatie bij nader inzien.

Bij de intro schoot ik vol. Vier minuten lang heb ik als een kind staan huilen om de kleurenpracht in mijn ogen en oren. Wat een alchemie, wat een moment, wat een herkenning. Janis, Vincent en ik. Ik toen ik vijftien was, ik die nog amper mijn reis was begonnen. Op zoek naar mezelf, op zoek naar iets. De grote afstand tussen toen en ik nu, gestrand in Parijs. Ik begreep Vincent niet ineens beter, evenmin Janis of mijzelf. Het overkwam me gewoon. Ik voelde wat intenser deze dag.

Enkele weken later zat ik in de RER, de interregionale trein die Parijs verbindt met Île de France. Ik was op weg naar Auvers-sur-Oise. Ik zag de oorspronkelijke kerk: veel rechter, niet blauw en ook niet dansend. Naast het kerkje waar een uitvaart bezig was, lagen, omringd door een lage muur, de dorpsgenoten die alleen nog in de harten van nabestaanden voortleven. Of zelfs dat niet meer, omdat ze er al te lang liggen. Afgelegen tussen de onwetende akkers van Noord-Frankrijk, daar naast elkaar, liggen de twee broers, Vincent en Theo. Uit Zundert, Brabant, tien kilometer van waar ik ooit ben geboren. Toen het allemaal nog moest gebeuren. Ze liggen in graven van een eenvoud die genoeg is. Omgeven door een rust die Vincent in zijn leven nooit heeft gevonden.

 

 

In 2020 is in Atelier des Lumières een volgende projectie te zien, een combinatie van Monet, Renoir en Chagall.

Over pannenkoeken en Franse scheldwoorden

De beste crêpes in Parijs vind je bij Tour Montparnasse, de enige wolkenkrabber die we hebben in de stad. Montparnasse kent leuke plekken, maar als geheel is het niet meteen mijn favoriete quartier. Dat komt juist door die wolkenkrabber, die letterlijk en figuurlijk een schaduw trekt over de ooit zo flamboyante wijk. 

Honderd jaar geleden, toen was het heel anders. Na het drama van de Eerste Wereldoorlog dronken en dansten de vrije mensen in de straten van Montparnasse. Op zoek naar vertier om de nare periode weg te spoelen. Bohemiens, duizenden gearriveerde Amerikaanse expats, maar ook nieuwe buurtbewoners uit Bretagne. Zij waren met nog veel meer dan die Amerikanen. Tweehonderd duizend Bretons zochten na de Groote Oorlog een betere toekomst in Parijs. Hun trein uit Bretagne kwam aan in Gare Bienvenue Montparnasse. Dat station is nu gelegen onder de wolkenkrabber, die pas sinds 1973 op die plek staat. 

De Bretons vestigden zich in de directe omgeving van dat treinstation. Natuurlijk namen ze hun eigen cultuur mee. Dat waren crêpes en galettes om te eten, en cider om te drinken. Galettes zijn hartige pannenkoeken met kip, spek, ei, zalm of iets anders. Een crêpe is een pannenkoek met confituur (jam voor Nederlanders), suiker, of Nutella. Héél veel Nutella. Denkt u aan héél veel Nutella en dat maal twee. De Fransen zijn er dol op. Ik bestel zelf altijd half zoveel Nutella en dan nóg zit ik helemaal onder de hazelnoot. Nee, als het even kan ga ik liever voor echte chocolade in plaats van de geïndustrialiseerde chocopasta. Je proeft onmiddellijk het verschil. In Rue d’Odessa, vlak achter Tour Montparnasse, vindt u minimaal vijf crêperies en die zijn allemaal van topkwaliteit.

Buiten dat ze lekker eten meebrachten uit hun eigen regio, zorgden de Bretons ook voor lichte aanpassingsmoeilijkheden. Van alle bevolkingsgroepen verschillen Bretons het meest van andere Fransen. Er is Bretagne en er is de rest van Frankrijk. Ze duiden dat zelf liefkozend aan in hun eigen taal met: Breizh. Breizh wordt ook gebruikt als een soort keurmerk voor Bretonse kwaliteit (zoals hun vermaarde crêpes). Vergelijk het met Liverpool in Engeland. De Scoussers (of Liverpudlians) zijn geen echte Engelsen, nee, zij zijn Scoussers. Punt. Het mentaliteitsverschil tussen de Parisiens en de nieuwelingen was enorm. Daarom werden de Bretons al snel paysans genoemd, wat zoiets wil zeggen als boerenpummels. Maar nog veel meer komt het woordje plouc voor. Als je over plouc begint, dan maak je Franse tongen los.

Net zoals vele andere hoofdstedelingen voelen Parisiens een zekere superioriteit ten opzichte van de provincie. Het is hetzelfde als bij Amsterdam versus de rest van Nederland, en Antwerpen tegenover het provinciale Vlaanderen. Plouc (spreek uit: ‘ploek’) is hèt woord om dat gevoel tot uitdrukking te brengen. Uiteraard heeft het woord een negatieve bijklank, het is allerminst een compliment als iemand het tegen je zegt. Het woord wordt gebruikt voor alle mensen van buiten Parijs, want Parijs is zogezegd de beschaving en de rest is de provincie. Daar wonen rednecks, boerenpummels, kinkels, hillbillies, of vult u uw eigen woord voor plouc maar in.


De oorspronkelijke herkomst van dit woord komt uit Bretagne. Sterker nog: plouc ligt zelfs in Bretagne. Heel veel dorpen, gemeenschappen en parochies beginnen met het woorddeel plou: Plouhinec, Plouvara, Plouénan, Plouasne, Plouisy. Het regent ‘plous’ in Bretagne. Als je het mikpunt bent van deze bespotting, moet je proberen het ongemak in je voordeel om te draaien. Dat hebben de Bretons gedaan met het tekenfiguurtje Bécassine. Zij is het archtype van de Franse boerin, waar iedere Franse jongen en meisje mee opgroeit. Een soort kuifje op klompen die je cider komt brengen en de lekkerste crêpes voor je bakt. Je ontmoet haar in de heerlijke crêperies in Montparnasse. 

Bon appétit!