Vrouwen van Parijs: Edith Piaf (1915 – 1963)

 

Hoewel ze de eerste was die een wereldwijde ster werd, kwam ze niet uit de lucht vallen. Ze stond in een lange traditie van zangeressen die haar waren voorafgegaan. Die reeks begon aan het einde van de 19de eeuw, de tijd van het variété, van de Moulin Rouge, van Le Chat Noir waar de stem van charmezanger Aristide Bruant de mensen in vervoering bracht. Die eerste periode tussen 1900 en 1930 bracht zangeressen voort als Fréhel, Mistinguett, Florelle en Damia. Ze hadden (bijna) allemaal overeenkomstig dat ze uit (groot) Parijs kwamen, veelal uit de onderklasse. Hun levens waren bloemlezingen vol met drank en drugs en ontelbare romances. 

Edith Gassion was geen uitzondering in deze opsomming. En toch werd ze dat uiteindelijk wel.

Edith werd geboren tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Tenon ziekenhuis in het 20ste arrondissement. En niet, zoals de legende het voorschrijft op straat, bij mij om de hoek in Rue de Belleville. Haar moeder was kroegzangeres en acrobate en ontfermde zich weinig over de kleine Edith. Op haar vader stonden de loopgraven te wachten en dus bracht hij zijn dochter onder bij zijn moeder, die een bordeel uitbaatte. Eigenlijk werd Edith opgevoed door prostituées. Haar zwakheid, zoals ze het later zelf pleegde te zeggen, voor mannen kwam hieruit voort: ‘Ik dacht dat wanneer een jongen een meisje bij hem riep dat het meisje hem nooit weigerde.’ Inmiddels zong kleine Edith als een nachtegaal. Ze debuteerde voor publiek tijdens acrobatische vertoningen op straat. Ze was 14 jaar. 

3 jaar later bracht ze een dochter ter wereld, Marcelle. De geschiedenis herhaalde zich. Marcelle kwam in hetzelfde ziekenhuis ter wereld als haar moeder. En net als haar moeder wist Edith geen raad met het kind. Ze ging liever de straat op om te zingen. Het kwam voor dat de baby voor uren alleen gelaten werd, omdat Edith elders was. Samen met Simone Berteaut, met wie ze tot aan haar dood onafscheidelijk zou blijven (en die haar biografe werd). Daarop nam de vader Marcelle onder zijn hoede. Als Edith haar dochter terug wilden hebben, moest ze haar maar komen halen. Maar Edith kwam niet. Hoewel ze haar dochter wel financieel verzorgde. Op 2-jarige leeftijd stierf Marcelle aan hersenvliesontsteking. Volgens geruchten zou Edith het geld voor de begrafenis bij elkaar hebben gescharreld door het bed te delen met een passerende man. 

De biografie van Edith Gassion vóór haar doorbraak was een doorsnee verhaal van het leven in de onderste sociale klassen van de Parijse jungle. Het was een leven vol ontberingen dat zich op straat afspeelde en waar het legale en het wetteloze onnavolgbaar met elkaar verstrengeld waren. Zoals Edith Gassion waren er honderden, zo niet duizenden aan de oostkant van de stad. Ediths leven is alleen uitvergroot zodat wij ons kunnen laven aan haar drama waaruit die hartverscheurende liedjes zijn ontstaan waaraan wij weer onze eigen pijn en verdriet kunnen spiegelen.

 

Enkele maanden na het overlijden van Marcelle werd Edith ontdekt. Nachtclubeigenaar Louis Leplée zag een toekomst in de zangeres. Ze kreeg een kans in zijn club bij de Champs-Élysées, waar chique en bohemiens door elkaar liepen. Hoewel ze amper 1 meter 42 was en vreselijk nerveus maakte ze indruk. Leplée schaafde aan haar performance en zorgde voor twee handelsmerken: de onafscheidelijke zwarte jurk en haar artiestennaam Piaf, dat een volkse uitdrukking was voor ‘kleine mus’. Ingegeven door haar postuur. Beide karakteristieken zou ze nooit meer opgeven.

Piaf ontgroeide al snel Belleville, overschreed de grenzen van Parijs, veroverde heel Frankrijk en trotseerde tot slot alle wereldzeeën. Ze werd de eerste vedette in Amerika die niet uit Hollywood kwam. Tien jaar vóór de Beatles. 

Ik sluit graag af met de woorden van Luc Santé: ‘Haar talent lag vooral in het “grenzeloze”: er was geen grens tussen haarzelf en het lied, en evenmin tussen haar en de luisteraar. (…) Niet alleen was ze een weergaloze vocaliste en de belichaming en het hoogtepunt van een hele traditie, ze was de punt van een prisma.’

 

Informatie deels ontleend aan: Luc Santé, Het Andere Parijs.

Vrouwen van Parijs: Gabrielle “Coco” Chanel (1883 - 1971)

 

Een van de allerberoemdste Parisiennes van de 20ste eeuw werd geboren in het kleine provinciestadje Saumur, in de Loirevallei, niet ver van de Atlantische kust. Dus, zoals 80% van de Parijzenaars, niet in de hoofdstad zelf. 

In de fantastische jaren ’20, toen er volop gefeest werd in de straten van Montparnasse, zat Coco, née Gabrielle, aan de andere kant van de Seine. Rue Cambon, op rive droite naast Jardin des Tuileries, werd haar eerste uitvalsbasis. Op nummer 31 werden de kledingstukken ontworpen en tijdens modeshows aan het publiek voorgesteld. Op de eerste verdieping woonde Coco in haar eigen appartementje. 15 jaar later waren vijf gebouwen in rue Cambon (nr. 23-31) haar eigendom. Voor devote fans is deze straat het heilige der heilige. Een altaar van de vrouwenemancipatie. Haar appartement is geen museum, zoals bij Yves Saint-Laurent, maar vanuit de boetiek krijg je wel een zweem van de Chanel-magie.

Die magie begon in de periode tussen de twee wereldoorlogen en maakte van Coco Chanel een van de meest invloedrijke mensen uit de 20ste eeuw. Haar buitengewone talent en ondernemingsdrang zorgden ervoor dat een nieuwe generatie vrouwen verlost werden van het korset. Dames mochten zich meer casual gaan kleden. Een ware revolutie. Zij ontwierp ook het elegante, iconische zwarte avondjurkje en natuurlijk de deux-pièce. Daar heeft Alfred Hitchcock dus zijn fetish voor koele blondines in mantelpakjes vandaan. 

En ook bracht de couturier parfum uit. Wat Kind Of Blue van Miles Davis is voor de jazzmuziek en Mohammed Ali voor de bokssport, is No. 5 van Chanel voor de parfum: verheven ver boven het eigen vakgebied. Iedereen heeft er wel eens van gehoord of herkent het. In 1921 kwam de parfum voor het eerst op de markt. Zoals Coco zelf zei: ‘Een vrouw moet ruiken als een vrouw en niet als een roos.’ ‘Een doorslaand succes’ was het understatement van de eeuw.

Haar imperium zorgde ervoor dat het geld bleef binnenstromen. Uiteindelijk ging ze een straatje verderop wonen. In het Ritz Hotel. Een van de duurste hotels van de stad, gelegen op het statige Place Vendôme. Coco woonde daar 35 jaar. Een half mensenleven. Op de tweede verdieping had ze een room with the view. Daar komt ook de inspiratie voor het ontwerp van de dop van het flesje Chanel no. 5 vandaan. Die dop is niet rond en die dop is niet vierkant. Die dop is achthoekig. Net zoals Place Vendôme. Haar suite is nog altijd gedecoreerd zoals zij het ooit graag had: gelakte muren, vergulde leeuwen, veel spiegels en veel zwartwit. Als je de kamer tijdens de fashion week wilt boeken, kost je dat een slordige 28.000 eurootjes. Per nacht, welteverstaan!

De huidige creative director Virginie Viard stelt de artistieke toekomst van het Chanel-concern veilig. En met een omzet van bijna 10 miljard dollar per jaar wordt het imperium verder uitgebouwd en leeft de legende voort. In 2021 is het honderd jaar geleden dat Coco haar eerste grote successen boekte én de geboorte van No. 5. Parijs mag trots zijn op deze ambassadrice van de elegantie.

Vrouwen van Parijs: prinses Diana (1961 – 1997)

 

Een vaste halte op de tours is de vlam van prinses Diana. Oorspronkelijk is het niet de vlam van Lady Di maar van Lady Liberty. Meneer Eiffel liet niet alleen zijn beroemde toren achter aan de mensheid, hij was ook nauw betrokken bij de vervaardiging van het vrijheidsbeeld in New York. Dat gebeurde in 1887, toen de Eiffeltoren nog amper in de steigers stond. Het vrijheidsbeeld was een geschenk van de Fransen ter ere van het 100-jarig bestaan van de democratie aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Er staan vier replica’s van het beeld in Parijs: op een eiland in de Seine, in Jardin du Luxembourg, voor het museum Arts et Metiers en binnenin de hal van Musée d’Orsay. 100 jaar later kregen wij een kopie van de vlam van de Amerikanen cadeau, op ware grootte. Een Flamme de la Liberté. En die werd dus geplaatst aan Place d’Alma, pal naast de Seine, schuin tegenover de Eiffeltoren.

 

Wat heeft dit nu allemaal te maken met Lady Diana? Ik zal het u vertellen.

Op de voorlaatste avond van augustus dineerden Diana en haar toenmalige vriend in het Ritz hotel. Het Ritz was en is nog altijd eigendom van de familie Al-Fayed. De zoon des huizes, Dodi, knoopte in de zomer van 1997 een relatie aan met de charmante ex van prins Charles van Groot-Brittannië. Voor Dodi en Diana Spencer, ongeveer de meest gefotografeerde vrouw van de jaren tachtig en negentig, was het hun laatste avondmaal. 

Dodi en Diana waren op vakantie. De dag was begonnen in Sardinië, het Italiaanse eiland. Met het privévliegtuig van papa was het stel naar Parijs gevlogen. De hele vakantie vormden de paparazzifotografen een onuitgenodigd gezelschap. ’s Middags arriveerden ze in Roissy – zoals de Parijzenaren de luchthaven Charles de Gaulle in de volksmond noemen. Om half vier tikte de vliegmachine de landingsbaan aan, een uur later was het stel in het Ritz hotel. Ze namen hun intrek in een suite met uitzicht op het magnifieke Place de Vendôme. Bodemprijs van een gemiddelde kamer met uitzicht is nu 5000 euro. Maar die bestond toen nog niet, de euro. De prijs van de suite was 14.000 dollar per nacht. Ze zullen niets betaald hoeven te hebben aan papa. 

Even na middernacht verliet het koppel het hotel op Place de Vendôme, ze reden rechtsaf Rue de Rivoli op, schoten Place de la Concorde over in de richting van de Seine om in hoge snelheid tunnel d’Alma in te duiken. De auto zou niet meer op zijn wielen de tunnel uit komen. Schuin tegenover, aan de andere kant van het water, was de Eiffeltoren een stille getuige van het ongeluk. Diana leefde nog toen de hulptroepen arriveerden. “Oh, my god” stamelde ze nog. De paparazzi’s bleven ongestoord foto’s maken terwijl de hulpverleners kwamen aangesneld.

Diana werd levend uit het autowrak gehaald en tegen twee uur naar het St. Louis de la Salpêtrière ziekenhuis vervoerd aan de andere kant van de stad. Daar werd ze geopereerd. Tevergeefs. Door de klap was haar hart naar de andere kant in haar borst verschoven, waardoor een longader was gescheurd. Om vier uur konden de artsen niet anders dan haar dood verklaren. (Van de vier inzittenden overleefde enkel de bodyguard het ongeluk.)

 

Tijdens onze tours heb ik nooit de neiging gehad om de rol van de paparazzi te benadrukken. De chauffeur was dronken. Dat was een feit. De chauffeur reed veel te snel. Dat was een feit. Geen van de vier passagiers droeg een veiligheidsgordel. Dat was ook een feit. Vooral de broer van de overleden prinses zocht, verteerd door zijn verdriet, een zondebok. Zelfs op de uitvaart, nadat Elton John zijn Candle In The Wind had gezongen, kon hij zijn woede amper onderdrukken en wees naar de paparazzi. Ik ben geen expert in deze materie; ik brand mijn vingers er liever niet aan. De meeste bezoekers (van 25 jaar en ouder) zijn, dankzij hun eigen herinneringen aan die 31ste augustus 1997 en de emotionele dagen daarna, vooral onder de indruk van de plek. Hier is het dus gebeurd! In de tunnel onder die Flamme de la Liberté.

Begin 2019 kreeg het kleine pleintje voor de Flamme de la Liberté een officiële naam: Place Diana. Voor de deadline van 2024 (Olympische Spelen) zal het een aangelegd parkje worden: een van de honderden plannen voor het prachtige groene Parijs van de toekomst.

De vrouwen van Parijs: Josephine Baker (1906 - 1975) 


Je kunt in haar zwemmen. Aan de oostkant van Parijs, in de Seine. Daar ligt een zwembad - vernoemd naar haar. Het is een klein badje waar het al heel snel té druk is. Althans, toen ik ooit in haar zwom.

Misschien is het dan ook beter om deze blog te beginnen met: dit is een verhaal van een bevrijding en hoe ruimhartig Parijs kan zijn wanneer het nodig is. Een stad waarin iedereen van waar ook zijn plaats kan vinden. Zelfs als je heel anders bent. Want dat was Josephine Baker. In verschillende betekenissen. Op een dag,’ zei Josephine, ‘besefte ik dat ik in een land leefde waar ik bang was om zwart te zijn. Het was een land gereserveerd voor blanken. Er was geen plaats voor zwarten. Ik stikte in de Verenigde Staten. Velen van ons zijn weggegaan, niet omdat we wilden, maar omdat we het niet konden uitstaan... In Parijs voelde ik me bevrijd.’ 

Parijzenaars zijn zo Frans als alle andere Fransen, maar toch houden ze net zo veel van alles wat exotisch is. Dat was Josephine Baker absoluut: niet van hier.

Amper 20 jaar oud debuteerde ze in het fameuze Les Folies Bergère. Daar begon ze haar act die haar net zo iconisch zou maken als Charles Chaplin en Rudolphe Valentino. Monokini en in een ultrakort bananenrokje zwierde ze met haar heupen. Danse Sauvage. De erotische act leverde haar staande ovaties op. De Fransen herkenden de Afrikaanse cultuur: ze was primitief en gesofisticeerd tegelijkertijd. Ze was sprankelend en anders dan al het andere dat die oeverloze stad te bieden had. Dan moet je van goeden huize komen.

Josephine kwam uit de lucht vallen en bleef hangen. Haar verschijning ging als een lopend vuurtje door de stad. Ze werd omarmd door de intellectuele elite. Schrijver Ernest Hemingway noemde haar ‘de meest sensationele vrouw die iemand ooit heeft gezien’. Picasso begon haar spontaan te tekenen. Ze werd de Zwarte Parel, de Zwarte Venus en de Creoolse Godin genoemd. Dat zijn loftuitingen die je tegenwoordig op bedreigingen en wekenlange verontwaardigde discussies op sociale media komen te staan. Destijds nam Josephine deze woorden met eerbied en trots in ontvangst. 

Maar die status alleen was haar niet genoeg. Ze wilde er ook iets mee doen. Bij voorkeur iets nuttigs. Haar tweede echtgenoot, William Baker, gaf haar de achternaam waarmee ze beroemd zou worden; haar derde echtgenoot, Jean Lion, gaf haar de Franse nationaliteit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze actief in het Franse verzet. Ze had ook de keuze om veilig terug naar de Verenigde Staten te gaan. Daarentegen bracht ze geheime boodschappen naar Noord-Afrika en Spanje. Met gevaar voor eigen leven. Na de bevrijding regende het Franse onderscheidingen. 

Sommige mensen denken bij Josephine Baker ook aan kinderen. Héél veel kinderen. En dat terwijl na een miskraam haar baarmoeder werd verwijderd. Ze adopteerde een dozijn kinderen uit alle windstreken en culturen. De zogenaamde la tribu arc-en-ciel (de regenboogkinderen) was een universeel ideaal van haar. 

Jopsehine stierf aan een hersenbloeding in de stad die haar roem had gebracht. In het Pitié-Salpêtrière, het ziekenhuis waar ook Lady Diana later zou overlijden. Tot aan haar plotselinge dood in 1975 bleef ze optreden. Niet meer in haar bananenrokje, maar getooid met een prachtige tulband en enorme pluimen op haar hoofd. Ze was een sierlijke echo van een uitstervend genre: het oude vaudevilletheater. Tot het einde zong ze haar beroemdste lied, over de twee werelden die ondanks alles diep in haar waren gezonken: het oude vaderland en haar nieuwe thuis. “J'ai deux amours, mon pays et Paris."


Josephine Baker zoals ze beroemd werd: https://www.youtube.com/watch?v=wmw5eGh888Y 

De vrouwen van Parijs: Amélie Poulain 


Herinnert u zich deze nog-nog-nog-nog…? Die ene stomende scène in de Franse feel good-film Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain? Er kwam zoveel opgeklopte ontlading vrij dat de aarde leek te schudden in Montmartre. Er kwam zoveel energie vrij dat in de bar de lepeltjes in de glazen dansten. Er was zoveel gêne in de lucht dat Amelie de mensen alleen kon afleiden met de krachtige climax van het cappuccinoapparaat. Die scène dus! Dat toilet is gewoon zichtbaar. Sterker nog, u kunt die gewoon bezoeken èn gebruiken!

Ik kwam daar enkele jaren geleden achter. Bij toeval. 

 

In Rue Lepic, één van de gezellige straten van Montmartre, staat een café dat het voornaamste decor is geweest voor de meest succesvolle Franse film van de afgelopen twintig jaar. Amélie Poulain, gespeeld door Audrey Tautou, dat meisje met dat zwarte halflange haar en die grote sprekende ogen, werkt daar als bediende. Ze is stil en verlegen, een tikkeltje op zichzelf, heeft haar familie en de provincie achter zich gelaten, en ze wacht op de (ware) liefde. Intussen om haar heen zijn ook andere types die zo hun verlangens en behoeften hebben. Zo is er de dame die tabak verkoopt in een apart hoekje van het café. Overigens vindt u in Parijs honderden van die punten waar in een apart hokje van het café tabak, krasloten en kauwgum worden verkocht. In de film zit tegenover zo’n tabac de hele dag een door vrouwen gefrustreerde klant. Daarvan zullen er in Parijs ook vast een hoop in het café zitten. Maar dit even terzijde.

Nu was ik op mijn verjaardag in deze bar, Café des Deux Moulins. Een stijlvol ingericht café uit de jaren vijftig. De sfeer is heel informeel, relaxed. Iedereen is welkom en het eten is lekker. Met mijn gezelschap genoot ik van een heerlijke lunch. Na een uur daar gezeten te hebben gingen we iets anders doen. Als ik ergens vertrek ga ik meestal preventief naar het toilet. Niets is zo vervelend om ergens onderweg te moeten. Dus ik maak aanstalten, loop het kleine vertrek binnen en… ik besef ineens waar ik ben. Ik zag mezelf heel intens in een filmdecor staan. Dit was hèt toilet. Ineens schoot als een Proustiaanse ervaring die ene scène mij te binnen. Dus hier hebben die twee, de tabaksvrouw en het frustraat samen… oké, natuurlijk gespeeld door acteurs… maar toch, niet minder overtuigend… U zult begrijpen, ik had ineens een heel andere beleving op het toilet. 

 

Mocht u nu ook zoiets willen meemaken? Of zelf gewoon een stukje Franse filmgeschiedenis willen beleven? Twijfel dan geen moment en ga naar Rue Lepic. U kunt het café niet missen, want een hele grote foto van dé Amélie Poulain zuigt u naar binnen. (Overigens is het tabaksgedeelte sinds 2002 afgebroken.)

Als u de film nog niet kent dan heeft u heel leuk huiswerk te doen voordat u naar Parijs komt. Amelie Poulain is zeker de moeite waard: het verhaal is onderhoudend, de diepere laag grijpt je naar de keel (hou de tissues in de buurt als u van verfijnde emotie houdt), de prent is prachtig gefilmd, vol met warme kleuren en een subliem shot bij Canal Saint-Martin. De muziek is even legendarisch en duizenden keren gekopieerd. En natuurlijk is er Amélie Poulain zelf. Ergens woonachtig in het doolhof dat Parijs heet. Deze rol schoot actrice Audrey Tautou naar het sterrendom, ze stond zelfs naast Tom Hanks in de Da Vinci Code. Ook die film speelt zich grotendeels af in Parijs. 

De film Amélie Poulain gaf een nieuwe impuls aan de Franse filmindustrie èn aan de Parijse romantiek zoals wij die het liefste zien. Tegendraads en gecompliceerd. Helemaal van nu, maar toch met een vleugje melancholie.


De vrouwen van Parijs: Marianne (… - …)

De aller-, aller-, allerbekendste vrouw uit de Franse geschiedenis? Dat is en blijft waarschijnlijk Jeanne d’Arc. Maar er is geen enkele vrouw die zo vaak en op zoveel uiteenlopende plekken opduikt als Marianne. Marianne is overal in Frankrijk. Sterker nog: Marianne IS Frankrijk! En veel (beroemde) vrouwen zijn Marianne geweest. 

Marianne is het vleesgeworden Liberté, Égalité en Fraternité (vrijheid, gelijkheid en… broederschap). Ooit… lang geleden was een lelie het symbool van het oude koninklijke Frankrijk. Met de revolutie van 1789 werd die vervangen door een soort vrijheidsgodin, een Triomf van de Republiek. Aanvankelijk was er een aarzeling. Wat de revolutionairen zagen was een deugdelijke vrouw. Een vrouw! Dat was ze te abstract en niet politiek genoeg. En dan had ze ook zo’n Phrygisch mutsje op. Bij de romeinen droegen bevrijde slaven zo’n mutsje. Hoe ziet zo’n Phrygisch hoofddeksel er precies uit? Het is zo’n muts die de smurfen ook dragen. Dan weet u precies wat ik bedoel. 

Het keerpunt hebben we te danken aan het monumentale doek van de Romantische kunstschilder Delacroix: De Vrijheid leidt het Volk. Daarop ontbloot Marianne pontificaal haar boezem. Na jaren van vergetelheid was ze weer terug in de picture. Ze is nog altijd te bewonderen in het Louvre. Er daar bleef het niet bij. Ze werd het officiële gezicht van de Derde Republiek. Een nationaal embleem: eerst alleen nog in het Hôtel de Ville van Parijs, later een buste in vrijwel alle stadhuizen van het land. Ze werd het logo op het officiële papier en op het officiële wapen van het land, op Franse euromuntjes en postzegels, zelfs op alle wijnetiketten… Ze werd evengoed onlangs geprojecteerd tijdens de Marseillaise op de indrukwekkende “Hommage National à Samuel Paty”, voor de onthoofde leraar geschiedenis. Maar ze heeft ook haar eigen falafelrestaurant in de Marais: Chez Marianne. Inclusief een afbeelding van Manneken Pis. Hoe dat precies zit, daarop moet ik u het antwoord schuldig blijven. Als u het weet, mag u het zeker laten weten: parispromenade20@gmail.com  😉

Ook kreeg de dame twee knotsen van standbeelden in Parijs. Op twee van de prominentste pleinen: Place de la Nation en het monument van de republiek op Place de la République. Dat zijn de pleinen waar naast het skaten en petanque ook doorgaans de betogingen doorgaan. Gedenktochten (zoals na de aanslag in de Bataclan) lopen meestal van de Place de la République richting Place de la Nation - of andersom. 

Mocht u er nog aan twijfelen, Marianne is geen vrouw van vlees en bloed. Nooit geweest ook. Nu zeg ik wel: niet van vlees en bloed. Maar ook dat is niet helemaal waar. In de Vijfde Republiek, de huidige dus, veranderde dat namelijk. Toen onderging Marianne een verjongingskuur. Sindsdien stonden vele beroemde actrices model voor Marianne. Brigitte Bardot in 1970, Mireille Mathieu in 1978 en Catherine Deneuve in 1985. In 1999 kreeg het bloedmooie model Leatitia Casta de eer om Marianne de 21ste eeuw in te leiden. Franser dan Casta zie je vrouwen zelden. Zij ziet er net zo frans uit als… inderdaad Marianne zelf. En toch ging het niet geheel zonder slag of stoot. Volgens sommigen ging door al die celebrities het zuivere karakter van Marianne verloren. En dan te bedenken dat het Charles de Gaulle himself was, de meest Franse aller Fransmannen, die zijn oog destijds liet vallen op Brigitte Bardot. Als het vaderland in het geding is, dan worden de meest verleidelijk wapens in stelling gebracht. Alles om het Franse hart sneller te doen kloppen. 

Ook nu, in deze bizarre tijden van twijfel en onzekerheid, hangt Marianne uit in de straten van mijn quartier Belleville, van oudsher een revolutionair bolwerk. Ze is een symbool van verzet. De boodschap is duidelijk: er moet iets veranderen. Dat lijkt het volk te verdelen; niet iedereen is het daar mee eens. Maar toch, met de Franse slag, voelen (vrijwel) alle fransen zich verenigt rond deze elegante dame. Die vreemde paradox lijkt de ultieme kracht van Marianne. We zijn het met elkaar eens dat we het niet met elkaar eens hoeven te zijn. Of anders uitgedrukt: de kracht van een typische onnavolgbare vrouw.

De vrouwen van Parijs: Jeanne d’Arc (circa 1412 - 1431)

Eén van de markantste standbeelden die we hier in Parijs hebben is dat van Jeanne d’Arc. Het beeld pal naast het Louvre valt enorm op om twee redenen. Ten eerste is het helemaal van goud! En goud is al snel kitsch voor veel mensen. Ook is het merkwaardig, want Jeanne d’Arc is slechts heel even in Parijs geweest. En die ene keer dat ze er was, brak ze ook nog bijna haar been. Tijdens een belegering. 

Maar Jeanne is groter dan Parijs alleen, zij is een vrouw van alle Fransen, omdat ze heldhaftig was op een beslissend moment in de Franse geschiedenis. Zonder haar had Frankrijk misschien niet meer bestaan. Velen van u vragen mij altijd om het echte Parijs of de echte Franse cultuur te leren kennen. Nou, dit verhaal is absoluut een stukje echte Franse cultuur! 


Het was in één van de donkerste dagen van de Franse geschiedenis toen een groot deel van het land in handen was van de aartsvijand, Engeland. De toekomst was inktzwart. In deze dagen, in 1412, werd Jeanne geboren in het gehuchtje Domrémy in Lotharingen. Diep in de provincie, ver weg van Parijs. 


In haar jeugd kreeg Jeanne visioenen. Stemmen in haar hoofd leidden haar naar de Franse koning. Ze wierp zich op als opperbevelhebber en leidde het Franse leger bij de herovering van Orléans op de Engelsen. In de lente van 1429. Het meisje zorgde voor een nieuwe esprit, een ware wederopstanding. 


Haar overwinning werd tot stand gebracht door haar boerenverstand. Én, nog veel belangrijker, ze had god aan haar kant staan! Koning Karel VII wist Reims te bereiken om, zoals de traditie voorschreef, zich in de prachtige kathedraal te laten kronen. De Engelsen hadden het onmiddellijk door: zij wisten dat de ooit bespottelijke kroonprins (dauphin) nu een overwinnaar bleek te zijn. Met aan zijn zijde die maagd van Orléans. Zij met haar kortgeknipte haar, zodat ze er als soldaat mannelijker uit zou zien. 


De Engelsen moesten daar een stokje voor steken en haar zien uit te schakelen. Maar hoe doe je dat? De Paus van Rome en de theologen van de Parijse Sorbonne universiteit wisten wel raad: Was Jeanne geen heks? Het had er alle schijn van. Jeanne hield zich verre van dit geroddel en gekonkelfoes. Zij was druk bezig met de herovering van Parijs. Op dat moment de grootste en belangrijkste stad in het westen. Maar Parijs was in 1429 nog een brug te ver. Jeanne raakte gewond in de nu chique winkelstraat rue Saint Honoré. Een plakkaat tegen de gevel herinnert ons er nog altijd aan. 


Niet veel later werd ze gevangengenomen, door een list van de vijand. Een schijnproces werd haar deel; het doodsvonnis stond bij voorbaat al vast. Op 30 mei 1431 werd ze door de tartende vlammen gebeten. Wat moet ze hebben geleden. Niet in Parijs, maar op de brandstapel van Rouen, Normandië. En met Jeanne verbrandde ook even alle Franse hoop en weerstand. 

 

Maar… vijf jaar na haar dood, begroeven de Fransen en de Bourgondiërs de strijdbijl. Er was weer vrede. In 1435 verlieten de Engelsen Parijs en zouden nooit meer terugkeren. De ooit zwakke koning Karel VII werd onthaald als een overwinnaar en zou zo de geschiedenis ingaan. 


En Jeanne? Zij werd na haar dood in ere hersteld, in 1456 al. In 1921 werd zij heilig verklaard en verheven tot patroonheilige van het land, een nationaal symbool voor alle Fransen. Ze werd de beroemdste van allemaal. Niet minder dan zes standbeelden van haar staan in Parijs! En iedereen, van waar ook ter wereld, vraagt altijd naar haar: of ik nog een verhaal ken over de maagd van Orléans…

 

Geïnspireerd op de website van radiomaker Peter van Bruggen: http://petervanbruggen.eu/route-5-jeanne-darc/#sthash.1kpM2nb0.dpbs

 

De vrouwen van Parijs: Sainte-Geneviève (5de eeuw)

Als we Quartier Latin aandoen, zijn mijn tourgasten altijd verbaasd dat Parijs zo heuvelachtig is. Boven op die heuvel van Quartier Latin staat het enorme Panthéon. Het Panthéon was bedoeld als iets wat het nooit werd: een kerk. Het werd één jaar te laat opgeleverd: in 1790. Eén jaar na de Franse Revolutie, die zich vooral richtte tegen koning en kerk. Vele kerken kwamen als ruïnes uit die burgeroorlog, als ze al niet vernietigd waren. 

Oorspronkelijk was het Panthéon gewijd aan de Heilige Geneviève. Haar geschiedenis is een van de alleroudste van de stad. Als je nog verder teruggaat in de tijd kom je bij de Romeinen uit. Die hielden zich trouwens ook op in deze hoek van Parijs. Het heeft enkele eeuwen geduurd voordat de Romeinen onder de voet werden gelopen - door de Hunnen. En laat nu juist de grote verdienste van Geneviève te maken hebben met diezelfde Hunnen. 

Hoewel Parijs in die tijd niet zo groot was als Lyon of de miljoenenstad Rome, was de plek een belangrijke vesting langs de Seine. Dat wisten de Hunnen ook. Attila de Hun staat nog altijd spreekwoordelijk voor bloeddorstigheid. Welke stoere Rambo noemt zijn poedel niet Attila? Attila kwam met veel geweld en tamtam uit het oosten en veroverde grote delen van het gebied waar wij nu wonen. Het huidige Nederland, België en Frankrijk gingen als dominostenen omver. De Romeinen werden in de pan gehakt. 

Dat ging zeer voorspoedig totdat Attila vreemd genoeg in de buurt van Parijs kwam. In het jaar 451 gebeurde zo waar een wonder. Geneviève stond op. Of ik moet eigenlijk zeggen: zij zeeg neer op haar knieën. Alhoewel, zij zat continu op haar knieën gehurkt. Geneviève bad de hele dag. En als ze dat niet deed, dan verdeelde ze voedsel aan de armen. Zo’n type dus. Toen de Hunnen aan de poorten van Parijs stonden, was ze van mening dat je niets had aan de mansoldaten. In haar eigen woorden: ‘Laat de mannen wegrennen als ze willen, als ze niet meer kunnen vechten. Wij vrouwen zullen net zo vaak tot God bidden totdat Hij onze smeekbeden zal horen.’

Devoot en toegewijd als ze was vouwde zij dagenlang haar handen. Een marathongebed. En het had effect! Attila zag af van inname van Parijs. Alsof een mirakel was geschied. Dat zou het mooiste verhaal zijn geweest. Maar… uit historisch onderzoek zou zijn gebleken dat Attila zich plots liever richtte op het zuiden van Frankrijk. In dezelfde periode kon hij ook de beroemde Slag op de Catalaunische Velden in de heuvelachtige Champagnestreek niet naar zijn hand zetten. Daarop zou hij afgebogen zijn naar Italië en hebben afgezien van een belegering van Parijs. 

Hoe het ook zij, voor Parijs was Geneviève de gevierde vrouw. Ze werd de patroonheilige van de stad én van vrouwen in het algemeen. De heuvel waarop nu het Pantheon staat is naar haar vernoemd. Een van de mooiste kerken van Parijs, Saint-Étienne-du-Mont, staat ook op die heuvel. Die kerk komt voort uit de abdij van de heilige Geneviève; haar relieken werden hier bewaard. Tot 1793. Toen zijn ze in het riool gegooid. Inderdaad, wéér die vermaledijde Franse Revolutie…

Geneviève heeft één van de merkwaardigste standbeelden van Parijs gekregen. Daterend uit 1928. En dat zie je er heel erg aan: grijs beton, minimalistisch, kil, zoals toen in de mode was. De beeldhouwer is de Pools-Parijse Paul Landowski die ook het Christusbeeld in Rio de Janeiro heeft vervaardigd, in dezelfde periode. Maar als je beter kijkt zie je op de Pont de la Tournelle een vrouw een meisje beschermen zoals Geneviève de stad beschermde. Dan straalt er zeker emotie af van het hele hoge beeld. Geneviève kijkt met de Notre Dame in haar rug. Ze kijkt naar buiten de stad, alsof de gevreesde indringers van Attila nog altijd aan de poorten van Parijs staan te rammelen.