De vrouwen van Parijs: Sainte-Geneviève (5de eeuw)

Als we Quartier Latin aandoen, zijn mijn tourgasten altijd verbaasd dat Parijs zo heuvelachtig is. Boven op die heuvel van Quartier Latin staat het enorme Panthéon. Het Panthéon was bedoeld als iets wat het nooit werd: een kerk. Het werd één jaar te laat opgeleverd: in 1790. Eén jaar na de Franse Revolutie, die zich vooral richtte tegen koning en kerk. Vele kerken kwamen als ruïnes uit die burgeroorlog, als ze al niet vernietigd waren. 

Oorspronkelijk was het Panthéon gewijd aan de Heilige Geneviève. Haar geschiedenis is een van de alleroudste van de stad. Als je nog verder teruggaat in de tijd kom je bij de Romeinen uit. Die hielden zich trouwens ook op in deze hoek van Parijs. Het heeft enkele eeuwen geduurd voordat de Romeinen onder de voet werden gelopen - door de Hunnen. En laat nu juist de grote verdienste van Geneviève te maken hebben met diezelfde Hunnen. 

Hoewel Parijs in die tijd niet zo groot was als Lyon of de miljoenenstad Rome, was de plek een belangrijke vesting langs de Seine. Dat wisten de Hunnen ook. Attila de Hun staat nog altijd spreekwoordelijk voor bloeddorstigheid. Welke stoere Rambo noemt zijn poedel niet Attila? Attila kwam met veel geweld en tamtam uit het oosten en veroverde grote delen van het gebied waar wij nu wonen. Het huidige Nederland, België en Frankrijk gingen als dominostenen omver. De Romeinen werden in de pan gehakt. 

Dat ging zeer voorspoedig totdat Attila vreemd genoeg in de buurt van Parijs kwam. In het jaar 451 gebeurde zo waar een wonder. Geneviève stond op. Of ik moet eigenlijk zeggen: zij zeeg neer op haar knieën. Alhoewel, zij zat continu op haar knieën gehurkt. Geneviève bad de hele dag. En als ze dat niet deed, dan verdeelde ze voedsel aan de armen. Zo’n type dus. Toen de Hunnen aan de poorten van Parijs stonden, was ze van mening dat je niets had aan de mansoldaten. In haar eigen woorden: ‘Laat de mannen wegrennen als ze willen, als ze niet meer kunnen vechten. Wij vrouwen zullen net zo vaak tot God bidden totdat Hij onze smeekbeden zal horen.’

Devoot en toegewijd als ze was vouwde zij dagenlang haar handen. Een marathongebed. En het had effect! Attila zag af van inname van Parijs. Alsof een mirakel was geschied. Dat zou het mooiste verhaal zijn geweest. Maar… uit historisch onderzoek zou zijn gebleken dat Attila zich plots liever richtte op het zuiden van Frankrijk. In dezelfde periode kon hij ook de beroemde Slag op de Catalaunische Velden in de heuvelachtige Champagnestreek niet naar zijn hand zetten. Daarop zou hij afgebogen zijn naar Italië en hebben afgezien van een belegering van Parijs. 

Hoe het ook zij, voor Parijs was Geneviève de gevierde vrouw. Ze werd de patroonheilige van de stad én van vrouwen in het algemeen. De heuvel waarop nu het Pantheon staat is naar haar vernoemd. Een van de mooiste kerken van Parijs, Saint-Étienne-du-Mont, staat ook op die heuvel. Die kerk komt voort uit de abdij van de heilige Geneviève; haar relieken werden hier bewaard. Tot 1793. Toen zijn ze in het riool gegooid. Inderdaad, wéér die vermaledijde Franse Revolutie…

Geneviève heeft één van de merkwaardigste standbeelden van Parijs gekregen. Daterend uit 1928. En dat zie je er heel erg aan: grijs beton, minimalistisch, kil, zoals toen in de mode was. De beeldhouwer is de Pools-Parijse Paul Landowski die ook het Christusbeeld in Rio de Janeiro heeft vervaardigd, in dezelfde periode. Maar als je beter kijkt zie je op de Pont de la Tournelle een vrouw een meisje beschermen zoals Geneviève de stad beschermde. Dan straalt er zeker emotie af van het hele hoge beeld. Geneviève kijkt met de Notre Dame in haar rug. Ze kijkt naar buiten de stad, alsof de gevreesde indringers van Attila nog altijd aan de poorten van Parijs staan te rammelen.