Heerlijk gratis water in Parijs


Sommige prachtige uitvindingen kennen een trieste aanleiding. Dat geldt ook voor het stromende water van Parijs. Gratis water voor iedereen.

De bloedige Commune opstand van 1871 had niet alleen twintig duizend doden in een week tijd als trieste uitkomst. De burgeroorlog zorgde er ook voor dat aquaducten naar de stad waren vernietigd. Armen konden zich geen water meer veroorloven. En het water van de Seine was te smerig om te drinken. Dus net als in de Middeleeuwen zochten mensen hun toevlucht in de alcohol, met name bier, dat goedkoper en veiliger was dan water.

Maar ja, dat had wel tot gevolg dat het al aanzienlijke alcoholmisbruik in de stad nog verder toenam. Absint was enorm populair, een vloeibaar drankje dat soms negentig procent alcohol bevatte. Bijna puur vergif. De heroïne van het fin de siècle

Aan dat watergebrek moest dus iets worden gedaan. De super rijke Brit Sir Richard Wallace, erfgenaam van een heuse markies, was een filantroop die deze handschoen maar al te graag opnam. Hij gaf het initiatief tot drinkbaar water voor iedereen. Charles-Auguste Lebourg gaf concrete vorm aan Wallaces voornemen. De fonteinen werden feestelijk ingewijd tijdens de Wereldtentoonstelling van 1878. Heel Parijs kwam vol te staan met vier zussen die in de vorm van een ruit samen een fontein hooghielden. Zoals dat gaat met zussen hadden ze allemaal een eigen karakter: een vertegenwoordigde vriendelijkheid, een ander eenvoud, een liefdadigheid, en de vierde soberheid. 

De ruimte tussen de vier zussen werd niet bij toeval gemeten. Om water te verzamelen kun je je hand onder de waterstraal houden of in je flesje. In de tijd van de bouw van de fonteinen reden er in plaats van auto’s nog paard en wagen door de straten van Parijs. Uiteraard hadden paarden ook dorst. Maar zij mochten in geen geval ooit in de buurt komen van dat water. Het water zou vervuild raken. Daarom was de afstand tussen twee zussen te klein voor een paardenhoofd. Een paard had geen schijn van kans.

Toeristen – en zeker Nederlanders, die thuis als een van de weinige volken ter wereld blind water uit de kraan drinken – zijn nooit helemaal zeker van de waterkwaliteit in de Parijse hotels. Het valt inderdaad niet te ontkennen dat er veel kalk in het Parijse kraanwater zit. Water van Wallace is daarentegen heerlijk helder en fris bronwater. Om mensen te overtuigen, pak ik altijd mijn bidon en hang die onder de waterstroom. Daarna neem ik een ferme slok en wat gebeurt er? Mijn gasten zijn er getuigen van dat ik gewoon mijn tour kan afmaken. En ook - goed voorbeeld doet volgen - zeker bij warm weer gaat iedereen zijn duur betaalde, plastic supermarkt flesje bijvullen met water van Wallace. Het zijn van die kleine momenten van verbroedering tijdens een tour. Zo zou Sir Richard het graag gezien hebben. 

De fontein is typisch zo’n onderdeel in het straatbeeld waar je straal langs zou lopen als je het verhaal niet kent. U kijkt er zo overheen, wandelt er achteloos aan voorbij. Ook al zijn er niet minder dan honderd twintig exemplaren in de stad. Maar eenmaal bekend met deze geschiedenis ziet u ze overal staan. En niet alleen in Parijs. Ook staan er Wallace fonteinen in Bordeaux en Nantes, in Spanje en Italië, ook in Californië en Quebec, en zelfs in Israël en Macau, het moedige kleine eilandje dat China nooit helemaal onder controle heeft weten te krijgen. Overal vinden we water van Wallace terug. Dat wil zeggen in Parijs enkel tussen 15 maart en 15 november. In de winter houdt het water zich op om bevriezing te voorkomen. Er is minimaal een uitzondering: tegenover Le Bateau Lavoir (de wasboot), Picasso’s atelier in Montartre. Daar druk je op een knop en het water loopt het hele jaar gratis in je flesje. Proost!