Dé Slotjesbrug


Ik ontkom er niet aan. Tijdens de klassieke tour langs de Seine passeren we ook Pont des Arts - tussen het Institut de France en het Louvre (vroeger het Palais des Arts genoemd). Tegen die tijd heb ik doorgaans al de vraag ontvangen: “Wáár is dé slotjesbrug?” Die mag je niet onderschatten als tourgids! 

Het verhaal is simpel. Het zal rond 2008 zijn geweest… Als je heel verliefd was en je kwam in Parijs dan kocht je een slotje met een sleuteltje. Dat slotje hing je aan de reling van Pont des Arts, het sleuteltje gooide je in de Seine. Dan bleef je altijd bij elkaar. Heel veel verliefde koppeltjes deden dit. Dus al vrij snel hing die brug vol met slotjes. Pont des Arts is een gietijzeren brug en al die slotjes samen wogen enorm zwaar. De brug dreigde onder zijn eigen gewicht te bezwijken. 

De brug uit 1802 was al eens ingestort - in 1979 na aan aanvaring. Het duurde tot 1984 voordat toenmalig burgemeester Jacques Chirac de brug weer kon heropenen. Dat wilde het stadsbestuur nu zien te voorkomen. Wat heeft de gemeente Parijs gedaan? Een grote tang gepakt en alle slotjes doorgeknipt. Ik hoop dus niet dat alle koppels hierdoor uit elkaar zijn gegaan. Daarna hebben ze twee glazen wanden opgehangen tegen de reling. De boodschap was duidelijk: hier geen slotjes meer! 

De grootste hype is sindsdien wel voorbij, hoewel hier en daar nog op sommige plekken een indrukwekkende collectie slotjes hangt. Bijvoorbeeld op de voetgangersbrug Passerelle de Solférino tussen Musée d’Orsay en Jardin des Tuileries. En wat te denken van de barrières voor de Sacre Coeur. Als de zon schijnt dan blinkt het daar goud van de slotjes. 

Dat brengt me bij de vraag: wie hangt er nu zulke slotjes op?  

Dat weet ik intussen ook. Toen covid nog niet onder ons was, liepen twee Volendamse families op een ochtend de klassiek Seine-tour met me mee. Zij vonden dat zo geslaagd dat ze vroegen of ik hen ook een ander stukje Parijs zou kunnen laten zien. Dus ik nam ze mee naar Montmartre en uiteindelijk op die wandelroute kwamen we aan bij de Sacre Coeur. De jongste zoon van 6 wilde per sé een slotje ophangen. Hij had een vriendinnetje thuis in Volendam. Hij schreef de initialen van hem en zijn liefje op en hing een slotje aan de reling. En maakte vervolgens een selfie.

Zijn ouders hadden voor drie slotjes 20 euro betaald! Enkele maanden later, Kerstmis 2019, was er een tienermeisje die 15 euro betaalde voor één slotje! The things we do for love…

 

PS: Voor de jeugdige ondernemers onder jullie: verzin een romantische legende en begin je eigen slotjesbrug in je eigen gemeente. Het kan je veel geld opleveren. Succes!  😉 

Alles kitz in de Ritz?

Place Vendôme is een opvallende locatie. Het plein staat voor commercie van de bovenste plank. Bling bling, glamour and glitter. Veel toeters en bellen die niet voor iedereen binnen handbereik zijn. De kerstversiering is oogverblindend en wordt bekostigd door de handelaren op het plein.

Centraal op Place Vendôme ligt misschien wel het grootste symbool van deze consumptie pracht en praal: het Ritz Hotel, een prestigevertrekje voor celebrities. Van Charlie Chaplin, Marcel Proust, de Engelse koning Edward VII, Al Pacino tot Elton John: allen sliepen hier. Het hotel werd geopend in 1898 en was het eerste Palais Hotel van Parijs. Er zijn hotels met drie, vier, vijf sterren… en dan heb je nog zes hotels in Parijs die een eigen categorie vormen: het Palais Hotel. Andere voorbeelden in Parijs zijn: Meurice, Hôtel de Crillon, George V, Plaza Athénée en Bristol. Iedere suite is als een paleisje op zich, met eigen sanitair. Dat was wát honderd jaar geleden! Eigen sanitair was ongekende luxe. De duurste suite in het Ritz loopt tegenwoordig op naar 27 duizend euro per nacht. Bodemprijs is duizend euro, voor een ‘room with a view’ betaalt u al snel vijf keer zoveel.

In zo’n kamer met uitzicht woonde couturière Coco Chanel bijna 35 jaar lang. Vanaf 1937 tot aan haar dood in 1971. Die rekening mag u zelf opmaken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou ze gecollaboreerd hebben met de nazi’s, maar bewijzen werden nooit geleverd. Al in de jaren twintig moet zij het uitzicht op Place Vendôme hebben gekend. Daar is namelijk wèl bewijs voor. Dat bewijs wordt geleverd door het parfumflesje No. 5, een doorslaand succes sinds de lancering in 1921. Onmiddellijk marktleider voor damesparfum. Het meest opmerkelijke aan de dop van het flesje is dat het rond noch vierkant is, maar een octagon. Inspiratie voor haar was Place Vendôme dat ook acht hoeken telt. Geen toeval dus.



Ook schrijver Ernest Hemingway verbleef in het Ritz. Volgens hemzelf heeft hij met een stelletje verzetshelden het hotel en de bar eigenhandig bevrijd van de nazi’s. Hij was in ieder geval vaste klant in de bar. Zijn laatste vrouw Mary klaagde altijd over de enorme alcoholwalm die rond Ernest hing. Daarom vroeg hij aan de barman van het Ritz om een cocktail te maken wat de alcoholgeur zou neutraliseren. De man mengde tomatensap met wodka en dat hielp enorm. Het geklaag was voorbij en de Bloody Mary cocktail was geboren. Genoemd naar zijn vrouw. Als we Hemingway mochten geloven tenminste. Want eigenlijk was de cocktail al twintig jaar ouder. Maar ik zeg altijd maar zo: Parijs wordt nog mooier met een snufje verbeeldingskracht.

De meesten onder u weten wel dat het Ritz nog altijd eigendom is van de familie Al-Fayed. Het was de zoon des huizes, Dodi, die in de zomer van 1997 een relatie aanknoopte met de ex van prins Charles van Groot-Brittannië. Diana Spencer, ongeveer de meest gefotografeerde vrouw van de jaren tachtig en negentig, was door Dodi uitgenodigd om een hapje te eten in het hotel van zijn vader aan Place Vendôme. Het bleek hun laatste avondmaal. Diep in de nacht besloot het koppel en de chauffeur een stukje te gaan rijden. De rit ging in westelijke richting, voorbij Place de la Concorde, langs de Seine de tunnel in aan Place d’Alma. De auto zou niet meer op zijn wielen de tunnel uitkomen. Schuin tegenover aan de andere kant van het water was de Eiffeltoren een stille getuige. Diana leefde nog toen de hulptroepen arriveerden. Ze hebben haar naar het St. Louis de la Salpêtrière ziekenhuis gebracht aan de andere kant van de stad. Daar is zij later die nacht overleden.

Het Ritz is een hotel met een rijke geschiedenis vol bonte cliënten. Of u en ik in die categorie horen, zal de toekomst uitwijzen. Als u toch een kijkje wil nemen, kunt u altijd even proberen om het toilet te bezoeken. Uit ervaring met mijn gasten weet ik dat dat met wisselend succes lukt. Wat me altijd opvalt: vrouwen hebben meer kans.

Voor hippe vogels

Zomaar twee populaire adresjes in Parijs

Het is typisch zo’n plek waar je passeert en je wilt terugkeren, maar het lukt niet om het opnieuw te vinden. En dat terwijl het restaurant zeker niet gelegen is in een klein verborgen steegje zoals er honderden zijn in Parijs. Nee, het restaurant ligt aan een belangrijke doorgaande weg. Maar ook daar zijn er tientallen van die op elkaar lijken.

De plek waar ik het over heb heet pizzeria Popolare. Of liever gezegd: pizzarestaurant!

Popolare valt op door twee dingen. Ten eerste de oogverblindende etalage. Die is volledig opgebouwd uit kleurrijke flessen, die prachtig verlicht zijn. Over een breedte van tientallen meters geeft dat vanaf de straatkant een feeëriek gezicht.

Het tweede waar Popolare om bekend staat is de enorme rij mensen die buiten langs die etalage staan te wachten. Niet zozeer om die etalage te bezichtigen, maar vooral om het restaurant binnen te komen. Zó populair is Popolare. Parijzenaren houden ervan om in de rij te staan. Of liever gezegd: ze vinden het niet erg om in de rij staan voor iets waar ze graag deel van uit willen maken. Als het de moeite waard is. En dat is Popolare zeker: een gewilde tent voor vlotte mensen. Dus als u iets wilt doen in Parijs om hippe vrienden of collega’s te imponeren dan is Popolare het adres.

Nóg een uitstekende reden om hier een pizza te gaan eten: de kwaliteit is goed en de prijzen zijn nog beter. Zeker voor Parijse begrippen vallen de prijzen enorm mee. En ook, ik geef het graag toe, de tiramisu is verrukkelijk. Overal waar ik kom, en het staat op het menu, probeer ik de tiramisu uit. En in Popolare is die om je vingers bij af te likken. Bedenk wel dat de muziek wat hard staat. Niet op standje burenruzie, maar toch… Het is typisch van deze tijd dat de zogenaamde achtergrondmuziek zich meer en meer op de voorgrond dringt. Maar als u dat helemaal geen probleem vindt, dan is Popolare dé plek voor u!

En nu ik toch bezig ben: als u dan eenmaal in Parijs bent en u zoekt nog een cool hotel dan stuur ik u graag naar Mama Shelter. Vlakbij Père Lachaise. Strak gedesignde kamers in één van de modieuze hotels van de stad. Geloof het of niet, maar bij Mama Shelter slaap je in één kamer met Batman en Robin, of met Star Wars-figuren.

Op de begane grond is ook een restaurant gevestigd waar regelmatig live-artiesten de sfeer komen verhogen. De ambiance is er zelfs zo behaaglijk dat veel mensen uit de buurt hier graag komen eten. En mama is overal aanwezig. Dat wordt u wel duidelijk aan de hand van alle spreuken die op de muren te lezen zijn. Ze heeft zelfs haar eigen merchandiselijn.
Mama zorgt goed voor u!

Mama Shelter is strategisch handig gelegen, in 109, Rue de Bagnolet. Slechts paar honderd meter van de Péripherique. Dus als u met de auto komt hoeft u niet zo diep Parijs in te rijden. Wel zo makkelijk!

Oh ja, en nog het adres van Popolare: 111, rue Réaumur, midden in het centrum van Parijs. Metrohalte Bourse (lijn 3). U hoeft nu nog maar 100 meter te lopen om in de rij aan te sluiten.
😉 

Een dag om nooit te vergeten

Iedere avond wanneer het donker is in Parijs dan flikkeren de lichtjes van de Eiffeltoren. Ieder uur voor 5 minuten. Daarna moeten we weer 55 minuten wachten voordat ze wederom oplichten. Die 55 minuten wachten op de volgende 5 minuten van flikkerende lichtjes staan symbool voor de hunkering om de hele stad te beleven. Het liefst onmiddellijk en overal. Maar dat is onmogelijk. En juist dat zorgt ervoor dat uw verlangen naar Parijs nooit dooft. 

Wie droomt er niet van een volledig vervulde dag in Parijs? We beginnen in de ochtend rond een uur of elf, nadat we heerlijk uitgeslapen zijn, met de kleurenpracht in Ateliers des Lumières. Daar vloeien verschillende schilderijen van grootmeesters in elkaar over op de klanken van ontroerende muziek. Voor een heerlijke lunch duiken we een filmdecor in: Café des Deux Moulins, de brasserie van de Franse filmkraker Amélie Poulain. In Rue Lépic, hartje Montmartre. ‘s Middags lijkt me uitbuiken in het sensationele park Buttes-Chaumonts een geslaagd plan, met een tempel op een heuvel en een echte grot waar water invalt. Achteroverliggend op het gras ligt de Sacre Coeur vrijwel voor het grijpen. Na enkele uren ben ik wel klaar voor een tour de dégustation. Waar doe je dat beter dan in Rue Montorgeuil: de straat van de delicatessen, en de oudste patisserie van de stad: het schitterende Stohrer? En voor mij zo’n heerlijke éclair graag. Hierna wordt het tijd om andere zintuigen te verwennen: we gaan luisteren naar Vivaldi in Sainte-Chapelle op het intieme Île-de-la-Cité. De zon is intussen ondergegaan, maar het blauw van het glas-in-lood blijft feeëriek. Na afloop pakken we onderweg nog even de flikkerende lichtjes van de Eiffeltoren mee. Perfecte timing. Anders moeten we weer 55 minuten wachten. Daar hebben we geen tijd voor, want we worden verwacht voor de lateavondvoorstelling in de Moulin Rouge. Ook om elf uur gaat de zaal uit zijn dak voor de bevallige dames in monokini. Entertainment op het allerhoogste niveau. Zullen we nog een afzakkertje nemen op Place de la Contrescarpe? Naast Rue Mouffetard, waar de studenten van Quartier Latin nog volop sfeer maken.

Daar op het terras krijg ik ineens met een glas gin-tonic in mijn hand een klopke, zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen. Opeens zie ik wat ik nog nooit eerder heb gezien. Een helder inzicht: Parijs is een stad die je nooit helemaal kunt bezitten. Al kom je op nog zoveel verschillende plekken op een dag. Voor iedere plaats die je hebt beleefd op zo’n dag, is er een andere plek die je ontglipt. Tenzij je de formule breekt om jezelf te klonen, kun je nooit overal tegelijk zijn. 

Wat zouden we op deze overvolle dag dan gemist hebben? Zoveel andere sferen: Saint-Germain-des-Prés; Parijs vanop het water: de romantische Seine; de serene rust van Père Lachaise: een kerkhof als een avonturenroman; Paris Plage: zwemmen in het water van het kanaal Villette; de ondergronds de riolering van de stad; shoppen in Le Marais; de overdonderende schoonheid van Musée d’Orsay… of… of… en… en… Er zijn zoveel verschillende Parijzen. 

Uiteindelijk is het verlangen dat ons drijft in het leven. Op zoek naar datgene wat we (nog) niet hebben. Parijs is dan een uitstekend vertrekpunt als leidraad voor je leven. Maar… verlies jezelf niet in haar verleidelijke mateloosheid.


Tourgidsen zijn soms net mensen


Vorig jaar, toen Amerikanen nog welkom waren in Europa, stond ik op een ochtend te wachten bij de Moulin Rouge. Ik zou Amerikaanse gasten het dorp Montmartre laten zien.

Ergens in de verte zag ik een familie uit een taxi stappen. Vader, moeder, een jongvolwassen zoon en dochter. Ze begonnen hevig gebarend rond te lopen. Ze maakten ook veel lawaai. Ik kon er geen voorstelling van maken dat zij mijn gasten zouden zijn. De afspraakplek was duidelijk voor de Moulin Rouge. Ze liepen intussen al enkele minuten rond, een tikkeltje gestresseerd. Ze wisten werkelijk niet waar ze moesten zijn. Dus deed ik toch maar mijn stoute schoenen aan. Ik liep naar ze toe en vroeg of ze op zoek waren naar een gids. En ja hoor. Alsof ze uit de woestijn kwamen gestrompeld en ik hun oase was, zo opgelucht waren ze. Een gids die hun het dorp Montmartre zou laten zien. Ze hadden de voucher, het bewijs van een tour met mij, in hun handen. Ik had geen idee wat ik kon verwachten. 

Het gezin kwam uit San Francisco. Californië, de Golden State. Ze deden enorm hun best om aardig tegen mij te zijn. Zoals altijd, gaf ik ze het voordeel van de twijfel. Ik was een jaar daarvoor in San Francisco geweest, dus ik kon met ze linken. Dat is altijd handig om het ijs te breken. 

Zij hadden een map met documenten en tickets bij zich, maar ze hadden geen tas. Ik bood ze aan om die map gedurende de tour in mijn rugzak te bewaren.

Wij liepen door Montmartre – in hun tempo. Ze waren een beetje formeel, maar heel aardig, en vol interesse in mijn leven in Parijs. Ze waren mijn enige gasten in deze tour. Een privétour dus met hun eigen privégids. Twee uur door de prachtige kunstenaarswijk gelopen; een wereld ging voor ze open. Mijn gasten waren het type Amerikanen waar Europeanen vaak smalend en cynisch over doen. Die zogenaamde oppervlakkige Amerikanen. Ikzelf heb vaak moeite met die Europese houding van het morele gelijk. Ik toon liever mijn favoriete stad aan enthousiaste mensen die nog oprecht verwonderd kunnen zijn. Dat geeft meer energie. Het valt me zelfs op dat de Amerikanen vaak meer kennis hebben over kunst en cultuur dan menig Europese gast. Ze stellen vaak gerichtere vragen over Toulouse-Lautrec, Renoir of Degas. 

We moesten voortmaken, want mijn gasten hadden een “tight shedule”. Ze hadden nog een lunchafspraak. Ze gingen eten in Tour d’Argent, een van de toprestaurants van Parijs. We vonden gelukkig snel een taxi voor hen, pal voor de Sacre Coeur. Een genereuze fooi was mijn deel. Ik moest zeker weer eens naar Californië komen. En als ze weer terug zouden zijn in Parijs, wilden ze absoluut opnieuw met mij een tour maken. Ik was hen bevallen.

Tot zover niets bijzonders. Ik liep naar mijn volgende afspraak, onderweg naar Saint-Germain aan andere kant van de stad, toen ik ontdekte dat ik in mijn rugzak nog altijd hun mapje met documenten had. Er zaten documenten in de map die het verschil zouden maken tussen een geslaagde of een diep teleurstellende dag. Die moesten ze terug hebben. Ik zou ze komen brengen. Dat is wel de minste service die hen kon geven. 

Tour d’Argent is schuin gelegen tegenover Notre Dame, aan de rand van Quartier Latin. Ik kwam binnen en werd met een typische argwaan ontvangen zoals wel vaker voorkomt in poep chique gelegenheden. De zaak was intussen voor lunchen gesloten en ik stond niet op de lijst. Wat kwam ik hier doen? Ik moest twee keer uitleggen dat ik een verloren map kwam terugbrengen voor hun gasten uit Amerika. Ja, ja… Nou, vooruit dan. Ik mocht meelopen naar een chique lobby en plaatsnemen in een prachtige stoel. Daarna werd de familie gewaarschuwd. Een minuut of vijf later kwam de zoon van de familie van boven aangelopen. Met een opgeluchte grijns op zijn gezicht en vol dankbaarheid. Meteen begon hij weer met eurobiljetten te zwaaien. Ik stamelde nog dat dat niet de bedoeling was van mijn initiatief. Tevergeefs. Het briefje zat al in mijn hand. Op zo’n moment is protest, zelfs uit beleefdheid, misschien niet de beste reactie. Dankbaarheid past beter. Ik kreeg opnieuw de belofte dat mijn naam verspreid zou worden in San Francisco. 

Plotseling begonnen de gezichten van de garçons ook wat op te klaren. Ik concludeerde dat er niets mis is met wat meer vertrouwen. Dat had ik enkele uren daarvoor ook beter gedaan toen ik deze ietwat aanwezige, maar zeer dankbare familie zag uitstappen bij de Moulin Rouge. Tourgidsen zijn soms net mensen. 😉