Een dag om nooit te vergeten

Iedere avond wanneer het donker is in Parijs dan flikkeren de lichtjes van de Eiffeltoren. Ieder uur voor 5 minuten. Daarna moeten we weer 55 minuten wachten voordat ze wederom oplichten. Die 55 minuten wachten op de volgende 5 minuten van flikkerende lichtjes staan symbool voor de hunkering om de hele stad te beleven. Het liefst onmiddellijk en overal. Maar dat is onmogelijk. En juist dat zorgt ervoor dat uw verlangen naar Parijs nooit dooft. 

Wie droomt er niet van een volledig vervulde dag in Parijs? We beginnen in de ochtend rond een uur of elf, nadat we heerlijk uitgeslapen zijn, met de kleurenpracht in Ateliers des Lumières. Daar vloeien verschillende schilderijen van grootmeesters in elkaar over op de klanken van ontroerende muziek. Voor een heerlijke lunch duiken we een filmdecor in: Café des Deux Moulins, de brasserie van de Franse filmkraker Amélie Poulain. In Rue Lépic, hartje Montmartre. ‘s Middags lijkt me uitbuiken in het sensationele park Buttes-Chaumonts een geslaagd plan, met een tempel op een heuvel en een echte grot waar water invalt. Achteroverliggend op het gras ligt de Sacre Coeur vrijwel voor het grijpen. Na enkele uren ben ik wel klaar voor een tour de dégustation. Waar doe je dat beter dan in Rue Montorgeuil: de straat van de delicatessen, en de oudste patisserie van de stad: het schitterende Stohrer? En voor mij zo’n heerlijke éclair graag. Hierna wordt het tijd om andere zintuigen te verwennen: we gaan luisteren naar Vivaldi in Sainte-Chapelle op het intieme Île-de-la-Cité. De zon is intussen ondergegaan, maar het blauw van het glas-in-lood blijft feeëriek. Na afloop pakken we onderweg nog even de flikkerende lichtjes van de Eiffeltoren mee. Perfecte timing. Anders moeten we weer 55 minuten wachten. Daar hebben we geen tijd voor, want we worden verwacht voor de lateavondvoorstelling in de Moulin Rouge. Ook om elf uur gaat de zaal uit zijn dak voor de bevallige dames in monokini. Entertainment op het allerhoogste niveau. Zullen we nog een afzakkertje nemen op Place de la Contrescarpe? Naast Rue Mouffetard, waar de studenten van Quartier Latin nog volop sfeer maken.

Daar op het terras krijg ik ineens met een glas gin-tonic in mijn hand een klopke, zoals de Vlamingen dat zo mooi zeggen. Opeens zie ik wat ik nog nooit eerder heb gezien. Een helder inzicht: Parijs is een stad die je nooit helemaal kunt bezitten. Al kom je op nog zoveel verschillende plekken op een dag. Voor iedere plaats die je hebt beleefd op zo’n dag, is er een andere plek die je ontglipt. Tenzij je de formule breekt om jezelf te klonen, kun je nooit overal tegelijk zijn. 

Wat zouden we op deze overvolle dag dan gemist hebben? Zoveel andere sferen: Saint-Germain-des-Prés; Parijs vanop het water: de romantische Seine; de serene rust van Père Lachaise: een kerkhof als een avonturenroman; Paris Plage: zwemmen in het water van het kanaal Villette; de ondergronds de riolering van de stad; shoppen in Le Marais; de overdonderende schoonheid van Musée d’Orsay… of… of… en… en… Er zijn zoveel verschillende Parijzen. 

Uiteindelijk is het verlangen dat ons drijft in het leven. Op zoek naar datgene wat we (nog) niet hebben. Parijs is dan een uitstekend vertrekpunt als leidraad voor je leven. Maar… verlies jezelf niet in haar verleidelijke mateloosheid.


Tourgidsen zijn soms net mensen


Vorig jaar, toen Amerikanen nog welkom waren in Europa, stond ik op een ochtend te wachten bij de Moulin Rouge. Ik zou Amerikaanse gasten het dorp Montmartre laten zien.

Ergens in de verte zag ik een familie uit een taxi stappen. Vader, moeder, een jongvolwassen zoon en dochter. Ze begonnen hevig gebarend rond te lopen. Ze maakten ook veel lawaai. Ik kon er geen voorstelling van maken dat zij mijn gasten zouden zijn. De afspraakplek was duidelijk voor de Moulin Rouge. Ze liepen intussen al enkele minuten rond, een tikkeltje gestresseerd. Ze wisten werkelijk niet waar ze moesten zijn. Dus deed ik toch maar mijn stoute schoenen aan. Ik liep naar ze toe en vroeg of ze op zoek waren naar een gids. En ja hoor. Alsof ze uit de woestijn kwamen gestrompeld en ik hun oase was, zo opgelucht waren ze. Een gids die hun het dorp Montmartre zou laten zien. Ze hadden de voucher, het bewijs van een tour met mij, in hun handen. Ik had geen idee wat ik kon verwachten. 

Het gezin kwam uit San Francisco. Californië, de Golden State. Ze deden enorm hun best om aardig tegen mij te zijn. Zoals altijd, gaf ik ze het voordeel van de twijfel. Ik was een jaar daarvoor in San Francisco geweest, dus ik kon met ze linken. Dat is altijd handig om het ijs te breken. 

Zij hadden een map met documenten en tickets bij zich, maar ze hadden geen tas. Ik bood ze aan om die map gedurende de tour in mijn rugzak te bewaren.

Wij liepen door Montmartre – in hun tempo. Ze waren een beetje formeel, maar heel aardig, en vol interesse in mijn leven in Parijs. Ze waren mijn enige gasten in deze tour. Een privétour dus met hun eigen privégids. Twee uur door de prachtige kunstenaarswijk gelopen; een wereld ging voor ze open. Mijn gasten waren het type Amerikanen waar Europeanen vaak smalend en cynisch over doen. Die zogenaamde oppervlakkige Amerikanen. Ikzelf heb vaak moeite met die Europese houding van het morele gelijk. Ik toon liever mijn favoriete stad aan enthousiaste mensen die nog oprecht verwonderd kunnen zijn. Dat geeft meer energie. Het valt me zelfs op dat de Amerikanen vaak meer kennis hebben over kunst en cultuur dan menig Europese gast. Ze stellen vaak gerichtere vragen over Toulouse-Lautrec, Renoir of Degas. 

We moesten voortmaken, want mijn gasten hadden een “tight shedule”. Ze hadden nog een lunchafspraak. Ze gingen eten in Tour d’Argent, een van de toprestaurants van Parijs. We vonden gelukkig snel een taxi voor hen, pal voor de Sacre Coeur. Een genereuze fooi was mijn deel. Ik moest zeker weer eens naar Californië komen. En als ze weer terug zouden zijn in Parijs, wilden ze absoluut opnieuw met mij een tour maken. Ik was hen bevallen.

Tot zover niets bijzonders. Ik liep naar mijn volgende afspraak, onderweg naar Saint-Germain aan andere kant van de stad, toen ik ontdekte dat ik in mijn rugzak nog altijd hun mapje met documenten had. Er zaten documenten in de map die het verschil zouden maken tussen een geslaagde of een diep teleurstellende dag. Die moesten ze terug hebben. Ik zou ze komen brengen. Dat is wel de minste service die hen kon geven. 

Tour d’Argent is schuin gelegen tegenover Notre Dame, aan de rand van Quartier Latin. Ik kwam binnen en werd met een typische argwaan ontvangen zoals wel vaker voorkomt in poep chique gelegenheden. De zaak was intussen voor lunchen gesloten en ik stond niet op de lijst. Wat kwam ik hier doen? Ik moest twee keer uitleggen dat ik een verloren map kwam terugbrengen voor hun gasten uit Amerika. Ja, ja… Nou, vooruit dan. Ik mocht meelopen naar een chique lobby en plaatsnemen in een prachtige stoel. Daarna werd de familie gewaarschuwd. Een minuut of vijf later kwam de zoon van de familie van boven aangelopen. Met een opgeluchte grijns op zijn gezicht en vol dankbaarheid. Meteen begon hij weer met eurobiljetten te zwaaien. Ik stamelde nog dat dat niet de bedoeling was van mijn initiatief. Tevergeefs. Het briefje zat al in mijn hand. Op zo’n moment is protest, zelfs uit beleefdheid, misschien niet de beste reactie. Dankbaarheid past beter. Ik kreeg opnieuw de belofte dat mijn naam verspreid zou worden in San Francisco. 

Plotseling begonnen de gezichten van de garçons ook wat op te klaren. Ik concludeerde dat er niets mis is met wat meer vertrouwen. Dat had ik enkele uren daarvoor ook beter gedaan toen ik deze ietwat aanwezige, maar zeer dankbare familie zag uitstappen bij de Moulin Rouge. Tourgidsen zijn soms net mensen. 😉