Parijse vitamine

Ik voelde me uitgeput want het was het einde van het seizoen. Het was oktober en sinds begin juli had ik vrijwel iedere dag gewerkt. Ik was kapot. Ook op deze zondag. Die avond zou ik een vriend ontmoeten in Café de Flore, het café dat vooral zijn bekendheid geniet doordat in de jaren vijftig en zestig de grote schrijvers en denkers hier hun standplaats hadden. Namen zoals Jean Paul Sartre, Albert Camus en Simone de Beauvoir spreken nog altijd tot de verbeelding. Dat is het Parijs van een ander tijdperk, én een verhaal voor een andere gelegenheid. Die zondagavond zag ik dus een vriend in Café de Flore. Toen ik aan kwam lopen verwelkomde hij mij met de woorden: Je ziet er zo stralend uit! Terwijl ik afgepeigerd was. Hoe was dit nou mogelijk? Ik deel met u het medicijn.

Naast de grote boulevards en dito plaatsen, wemelt het in Parijs ook van de kleinere pleintjes die bijna allemaal pittoresk en gezellig aandoen. Een mooi voorbeeld daarvan is Place Dauphine op Île-de-la-Cité, het 'eilandje' zoals ik het in mijn volksmond noem. Place Dauphine is een driehoekig pleintje dat uitkomt op Pont Neuf. Prachtige gevels uit de zeventiende eeuw met daarvoor terrasjes om even bij te komen na een wandeling; en uiteraard in de middag wordt er volop petanque gespeeld. Place Dauphine is overal dichtbij: Louvre, le Marais, Notre Dame, Quartier Latin, Saint-Germain… 

Een ander pleintje dat mij altijd verrast, omdat het plotseling opdoemt, is Place Saint-Georges. Eigenlijk is het meer een rotonde. Een van de twaalfduizend in dit land met de meeste rotondes in Europa. Place Saint-Georges is gelegen in het klassevolle negende arrondissement, al een behoorlijk eind op weg naar Montmartre. Maar het is niet makkelijk terug te vinden. 

Maar ondanks deze mooie pleintjes is er een die voor mij bijzonder blijft: Place de Fürstemberg. Ik moet eigenlijk zeggen: Rue de Fürstemberg, want place de Fürstemberg bestaat niet, maar ik heb wel de neiging om dat te zeggen, omdat de straat vooral een plein is. (En dan kunnen we ook nog discussiëren of het Fürstemberg is of Fürstenberg. Volgens het atelier dat verderop in Rue de Jacob ligt mogen we Fürstenberg ook met een n schrijven.) Het pleintje met de schitterende bomen is gelegen naast de ‘nieuwe’ abdij van de Saint-Germain kerk. Het is te klein om het terug te vinden op een overzichtskaart van Parijs. Ik ken dit pleintje al jaren en het is gegroeid als mijn lieveling. In mijn dromen woon ik hier op een kamer op de derde verdieping. Een probleempje: Saint-Germain is het duurste deel van Parijs om te wonen. Maar… gelukkig is dromen in Parijs gratis. 

Op een oktoberavond, toen het weer vroeger donker werd, ontdekte ik iets dat ik vergeten was. Ik kwam daaraan met enkele gasten en ik werd ineens overweldigd door de schoonheid van de brandende lantaarns op Place de Fürstemberg. Ik werd spontaan weer verliefd op het plein! Het kostte mij moeite om me niet helemaal te laten gaan; ik moest nog een woordje uitleg geven over waar we waren. Maar ik wist niet hoe snel terug te keren in m’n eentje. En dus op die zondagavond, toen ik zo moe was, ben ik teruggegaan. Ik heb daar even gestaan, gewoon gestaan, gestaard in het kunstlicht, welk magnifiek effect de lantaarns hadden op dit pleintje. Maar ook het licht van de wonderschone etalages. De hele sfeer. Het was een geschikt moment om terug tot mezelf te komen. Het was vitamine, het gaf mij weer energie. 

Het zal niet helemaal uit de lucht gegrepen zijn en misschien zelfs waarachtig toen mijn vriend zei dat ik er zo stralend uitzag. Het kwam allemaal door Place de Fürstemberg. Altijd als ik in de buurt ben, neem ik even een omweg om een momentje te delen met Place de Fürstemberg.

Hemingway in Parijs

Een van de sfeervolste pleintjes van Parijs is Place de la Contrescarpe, aan de rand van Quartier Latin. Zowel in de uitbundige zomerzon als onder een plafond van feeërieke lichtjes in de winter. Als ik daar ben, en dat overkomt me vrijwel wekelijks, kan ik de neiging om de bocht om te gaan naar rue Cardinal Lemoine niet onderdrukken. Dan stop ik altijd bij nummer 74 en kijk omhoog. Daar hangt een van de meest troostrijke plakkaten van een stad die behangen is met plakkaten over voormalige bewoners. Ik lees een citaat uit A Moveable Feast van Ernest Hemingway, de Amerikaanse schrijver die hier in 1921 en 1922 woonde met zijn eerste vrouw: ‘Tel était le Paris de notre jeunesse au temps où nous étions très pauvres et très heureux.’ Het ontroert me elke keer weer.

De Hemingways woonden in Parijs aan de goede kant van de Seine als je van cultuur en het goede leven hield; het leven zonder zorgen en een feest dat bijna tien jaar zou duren. Tot aan de verwoestende crisis van de jaren dertig. Op de straten van Montparnasse op de tonen van de jazzmuziek werd gedanst tot in het holst van de nacht. Les années folles. De bohemiens nestelden zich in de restaurants, zoals le Dôme en la Rotonde, zonder eruit gezet te worden. Ook al veroorzaakten ze regelmatig vechtpartijtjes. La Coupole en le Select noemden zichzelf “Bar Americain”. In drie jaar tijd rees het aantal expats van de andere kant van de oceaan van zes duizend in 1921 tot dertig duizend in 1924! Een ander etablissement, la Closerie des Lilas, was de vaste stek van Ernest om even bij te tanken. De praatgrage schrijver was al snel populair bij het personeel.


Een andere plek waar hij kind aan huis was, was in Saint-Germain, bij Sylvia Beach. Zij opende het boekenwinkeltje Shakespeare and Company dat toen nog in Odéon was gevestigd en niet, zoals nu, tegenover de Notre Dame. In die tijd, toen Hemingway nog zeer arm was kocht hij geen boeken bij Beach, hij ‘leende’ ze van haar. Die armoede was tien jaar later verdwenen als sneeuw voor de zon. Hemingways eigen pennenvruchten begonnen te verkopen, het geld begon binnen te stromen. De schrijver reisde de hele wereld over. Hij woonde aan het onderste puntje van Florida, Key West, en ook aan de overkant, op Cuba. Hij leefde zich uit bij diepzeevissen en op safari, en beleefde als journalist avonturen in de Spaanse burgeroorlog. Zolang het maar een adrenalinestoot gaf. Hij probeerde het leven aan te houden zoals hij die beleefd had tijdens de Eerste Wereldoorlog. Echt be-leefd; of liever: dóór-leefd. Het was alles of niets. En het werd héél veel voor hem: vele bestsellers, vele avonturen, veel geld, vier huwelijken, vele depressies en veel, heel veel alcohol. Zijn laatste vrouw Mary klaagde over zijn alcoholwalm. Daarom vroeg Ernest aan de barman van het Ritz Hotel om een cocktail te maken waardoor de alcoholgeur geneutraliseerd zou worden. De man mengde tomatensap met wodka en dat werkte als een tovermiddel. Het geklaag was voorbij en de Bloody Mary cocktail was geboren. Genoemd naar zijn vrouw. Volgens de legende althans.


Na de Tweede Wereldoorlog begonnen depressies steeds meer zijn dagen te domineren. Een van de laatste werken die Hemingway tussen de depressies in schreef was de kleine memoires A Moveable Feast (‘een verplaatsbaar feest’, vertaald als: Dag en nacht feest). Hij beschreef zijn leven in Parijs van zijn jonge jaren nu hij meer en meer in de schaduw leefde van zijn naderende dood. Op de ochtend van een julidag in 1961 koos hij niet voor zijn schrijfmachine, maar laadde hij zijn favoriete dubbelloops jachtgeweer met twee kogels. Hij liep naar boven in de hal van zijn kapitale villa, nam de loop in zijn mond en haalde de trekker over. Kort daarvoor, in A Moveable Feast, had hij nog geschreven: ‘Ik weet niet hoe het er nu is, maar dit was het Parijs van onze jeugd toen we heel arm en heel gelukkig waren.’ 


Informatie deels ontleend aan: Ernest Hemingway, A Moveable Feast.