Beregoed idee

Onze rattenoverlast is algemeen bekend. In onze stad lopen er 3 keer zoveel ratten rond dan Parijzenaars. Maar sinds enkele jaren worden we ook in de greep gehouden door beren. Ze eten gezamenlijk op terrasjes, hangen in de bomen, houden de straat in de gaten vanuit etalages... En hoe reageren wij Parijzenaars daarop? We love it!!

 

Het begon allemaal in de herfst van 2018. In het quartier Gobelin, even ten zuiden van Rue Mouffetard (Quartier Latin). Eind oktober van dat jaar verschenen er plotseling veel teddyberen in de etalage van een boekhandel in Gobelins. Philippe, boekhandelaar, wilde meer medemenselijkheid, warmte en humor brengen in zijn wijk. Met andere woorden hij wilde de buren met elkaar verbinden. “Het echte verhaal? Net als iedereen heb ik een teddybeer. De mijne heet Gorilla. Op een dag zei hij tegen mij: ‘Philippe, ik ben je knuffel maar ik heb zelf geen knuffel, dat is niet normaal.’ Ik antwoord hem: ‘Kleed je aan, we gaan er een voor je halen!’”

Dat liep uit de hand. Hij bestelde 50 reusachtige teddyberen en begon zijn buren aan te sporen om hen zichtbaar in het straatbeeld te plaatsen. In de etalages, op het terras, in de bomen… Philippe: “Ik werk hier al 25 jaar. Er wonen heel veel mensen in de buurt waar ik nog nooit mee gesproken heb. Door het berenproject kennen ze me en spreken ze me aan bij mijn naam”. Wie een beer zag op straat, mocht die meenemen en op een andere plek in de stad zetten. Phillipe wilde de teddy’s minstens nog tot januari laten opduiken op onverwachte plaatsen in Parijs. 

Dat was nog maar het begin. De volgende zomer doken de beren opnieuw op. Dat was de zomer na de brand in de Notre Dame toen een hittegolf ons in bedwang hield. Vandaar dat we beren terugvonden in fonteinen en op het terrasje aan een verkoelingsdrankje. Burgemeester Anne Hidalgo twitterde dat ze intussen fan was geworden van de nieuwe pluizige inwoners van haar stad.

Maar ja, het jaar daarop sloeg het noodlot toe. Het Covid-virus trof ook de beren. Zij verschenen in ziekenhuizen of op andere plekken om troost te bieden. Nadat we die zomer weer stapsgewijs naar buiten mochten, zorgden de teddy’s ervoor dat we voldoende afstand hielden. Tussen 2 tafeltjes zat bijvoorbeeld een berenkoppel tegenover elkaar. Een prima manier om social distancing een beetje te verzachten.

Toen we toch weer naar binnen moesten, en dat voor 7 maanden, namen de beren onze plaatsen in. Aan de tafeltjes achter de ramen en deuren van de gesloten restaurants en bars. De teddyberen hielden de plaatsen warm die mensen voorlopig niet meer mochten innemen. 

En nu, in 2022, na 2 jaar (relatieve) opsluiting, duiken de teddyberen overal op en mengen ze zich meer dan ooit met ons dagelijkse leven. Na Gobelin ging Saint-Germain overstag, hier en daar in Quartier Latin. Maar vooral in Le Marais kom je ze op verschillende plaatsen tegen. Het idee lijkt ook bij uitstek te passen bij Le Marais. Een typisch fenomeen van de 21ste eeuw in Parijs. De lieve, pluizige Parisiens leven overal om ons heen.

Franse Verkiezingen op 10 April 2022 (èn ook op 24 april!) 


Deze maand kiest Frankrijk een nieuwe president. Internationaal is de president de meest zichtbare persoon van het land. Emmanuel Macron speelt deze rol met verve. Hij houdt ervan om de leider van het land te zijn – chef d’état, zoals de Fransen dat noemen. 

Je zou het bijna vergeten, maar er zijn meerdere aspirant presidenten om uit te kiezen. Liefst meer dan 40 kandidaten staan ingeschreven. Daar zitten politieke krokodillen tussen zoals Jean-Luc Mélenchon. Dat is een oude socialist die zijn ongenoegen graag van de daken schreeuwt. Ik had de indruk dat deze oude oppositieleider vergane glorie was, maar hij is erg zichtbaar in het straatbeeld van Parijs. Hij heeft zich afgesplitst van de Parti Socialiste. Anne Hildalgo is nu de lijsttrekker van die partij. Zij is onze huidige Parijse burgermeester en aan de belabberde peilingen te zien zal ze dat ook blijven. Links legt het sowieso af tegen rechts, zoveel is duidelijk.  

Op die rechterflank is het namelijk ontzettend druk. We hebben gematigd rechts, de liberalen van Les Republicains. Hun lijsttrekker, Valérie Pécresse, lijkt een grote uitdager voor de zittende president. Ze wordt ook wel de Franse Angela Merkel genoemd. Haar speerpunten zijn gericht op veiligheid en migratie. Dat lijken sowieso de twee voornaamste thema’s in de campagne te zijn. Les Republicains zit rechts van het midden en leverde in het verleden presidenten op zoals Jacques Chirac en Nicolas Sarkozy. 

Extremere kandidaten in de rechtse hoek zijn Marine Le Pen en Éric Zemmour. Le Pen is van het rechts radicale Rassemblement National. Tot 2018 heette deze partij nog Front National, die was opgericht in 1972 door haar vader, Jean-Marie. Hij is intussen stokoud en mikpunt van heel veel spot in de media, waarin hij doorgaans wordt opgevoerd als een seniele oude man. Zijn dochter vertegenwoordigt traditiegetrouw de mensen uit de provincie die zich in de steek gelaten voelen. Dan moet u denken aan de arbeiders uit de grote industrie, de mijnwerkers in het noorden van het land, de verstotenen in de banlieue en natuurlijk de gele hesjes. Waren er begin 2019 verkiezingen geweest dan had Le Pen een reële kans gehad om president te worden. Macron stond er toen héél beroerd voor.

In Le Pens vaarwater zit de nog radicalere Éric Zemmour, een polemist die met grote regelmaat het land een spiegel voorhoudt over de migratieproblemen. Hij stelde zichzelf eind 2021 kandidaat omdat hij, zo zei hij in een video op sociale media, Frankrijk wil redden. Hij riep kiezers op om het land terug te nemen van “minderheden die de meerderheid onderdrukken”. Hij toert fanatiek door het land met zijn toespraken over minder Islam en beperking van de migratie. Iedere zaal is uitverkocht; hij is even populair als gevreesd.

En dan Macron zelf: rond 2018/2019 was het geen pretje om zijn naam te dragen. Er dreigde zelfs serieus gevaar in het Élysée, zijn ambtswoning, toen boze gele hesjes Macrons kop eisten. Letterlijk. Alsof ze de Franse Revolutie over wilden doen. Ik heb het van nabij gezien: brandende auto’s, verbrijzelde etalages op de Champs-Élysées, politielinies van honderden meters rond het Élysée tot aan de Seine!


Maar het tij lijkt gekeerd. Het klinkt cynisch, maar het lijkt erop dat Poetins invasie in Oekraïne Macron in de kaart speelt. Toen hij zich begin maart eindelijk opnieuw officieel kandidaat stelde deed hij dat met de woorden: “Het is niet vaak gebeurd dat Frankrijk aan zo'n opeenstapeling van crises is blootgesteld als nu. De afgelopen vijf jaar hadden we te maken met terrorisme, een pandemie en een oorlog in Europa.” Hij vervolgt in zijn brief: “Ik ben kandidaat om de waarden te verdedigen die nu worden bedreigd door de chaos in de wereld.” Macron niet alleen als de beschermheer van Frankrijk of Europa, maar van de hele westerse beschaving. 

Saillant detail is dat zijn extreem-rechtse concurrenten Zemmour en Le Pen de afgelopen jaren Poetin openlijk hun steun hebben gegeven. Zij pleiten ervoor om uit de NAVO te stappen en staan aan de zijlijn hun gal te spuwen terwijl Macron in het veld alle posities inneemt om diplomatieke oplossingen te vinden voor internationale problemen. Dat laatste zien de Fransen graag; het geeft hen een boost dat Frankrijk nog altijd een prominente rol speelt op het wereldtoneel. En kiezers voegen zich nu eenmaal in tijden van crisis het liefst achter de verbindende leider. 

Is Macron op weg naar een volgend mandaat? We zullen het zien op 10 april en twee weken later, op de 24ste, in de gebruikelijke 2de ronde (omdat er vrijwel nooit iemand in één ronde de absolute meerderheid krijgt). Als de 2de ronde Macron tegen Le Pen wordt, zoals in 2017, wordt zij een serieuze uitdager. De kiezers van Zemmour uit de 1ste ronde zouden massaal op haar kunnen gaan stemmen. Maar durven de Fransen dat aan, hun eigen president tegen de NAVO? In 2017 niet, maar is dat nog altijd zo? De 24ste april kan een ongelofelijk spannende dag worden in Frankrijk! 

La crue - de overstroming van 1910


“Het gebeurt wel vaker. Maar nooit meer zoals toen!” 

Je hoort mensen dit wel eens zeggen, als vergelijking met een hele warme zomer of een ijskoude winter. Of over een legendarische voetballer van wie amper bewegende beelden bestaan. 

Zoiets gaat ook op voor overstromingen in Parijs. Ik heb foto’s gemaakt van de overstromingen in 2018 en 2020, een week voordat de confinement (onze lockdown – weer zo’n legendarisch ijkpunt) zich als een stille deken over de stad drapeerde. Tijdens die overstromingen hoorde je dagenlang alleen maar het woordje “la crue, la crue, la crue!!” in de media. Frans voor ‘overstroming’. Het hele land in rep en roer omdat de Seine over zijn oevers was getreden. 

Heel vervelend, maar klein bier vergeleken met 1910. De halve stad was toen ondergelopen. Het hoogtepunt werd bereikt op 28 januari van dat jaar. Al weken daarvoor waren delen van Parijs en andere dorpen aan de Seine onbegaanbaar geworden. Op 20 januari werd de scheepvaart op de Seine stilgezet; boten konden niet meer onder de bruggen varen. Het water stond te hoog. Op 23 januari bereikte het water de kaden, die special waren aangelegd naar aanleiding van de overstroming van 1876. Weer een kleine week later, op 28 januari, stonden 22.000 kelders blank. Het water raakte vervuild en het riool verstopt. De consequentie was dat er steeds meer gevallen van tyfus en roodvonk werden gemeld. Om in de Assemblé Nationale, het Franse parlement, te komen werden politici per boot naar hun werk gebracht. De helft van het toen bestaande metronetwerk, dat in 1900 was geopend, stond onder water. Zo ook lijn 4, die nog maar net een paar weken eerder in gebruik was genomen. Boekverkopers en uitgevers in de omgeving betaalden een hoge prijs voor de overstroming. U kunt zich voorstellen dat hun papieren waar voorgoed verloren was. 

De oppervlaktedaling duurde nog zeker 35 dagen. Pas tegen half maart was het waterniveau weer enigszins genormaliseerd en stonden alle straten weer droog. Na anderhalve maand!  

La crue van 1910 was zo uitzonderlijk dat het 8.62 meter was op de hydrometrische schaal van de Pont d’Austerlitz in Parijs. Als u dat, net als mij, niet zo veel zegt kunnen we beter een andere graadmeter nemen. Voor ons Parijzenaren is die norm doorgaans Zouave du pont de l'Alma. Een standbeeld net onder de brug bij de vlam van Lady Diana. Dat standbeeld van Georges Diebolt is er neergezet ter ere van een militaire overwinning van de Fransen op de Krim in 1854. Normaal is het waterpeil van de Seine ver onder zijn voeten. Als ‘de Zouaaf met zijn voeten in het water staat’, dan spreken we van een lichte overstroming. In 2018 en 2020 bereikte het water zijn middel. In 1910, de overtreffende trap, stond Zouaaf tot over zijn schouders in het water!

Nu gebeuren les crues meestal in dezelfde periode van het jaar, altijd zo in de late winter, vroege lente. Hoe komt dat zo? Het is een samenraapsel van oorzaken. Het kan in deze tijd flink regenen. Maar ook: de Seine ontspringt in de Vogezen, in het oosten van Frankrijk. In die periode kan de rivier veel smeltwater moeten vervoeren uit het middengebergte. En dan is Parijs extra kwetsbaar, want in de stad is de Seine op z’n smalst. In 1910 waren de omstandigheden extra kritiek. Vrijwel alle aansluitende rivieren aan de Seine hadden de grootste moeite om overtollig water af te voeren. 

Nog altijd, als u in de wijde omgeving van de Seine door de straten van Parijs slentert komt u op verschillende gevels plakkaten tegen die getuigen van het waterpeil tijdens la crue 1910. Zoals in le Marais, Saint-Germain-des-Prés, of in het Middeleeuwse Rue Ursins op Île-de-la-Cité… Dat ziet er zo indrukwekkend uit dat het tijdens een wandeltour weer grappig kan worden. Die plakketen hangen namelijk zo hoog dat de gemiddelde mens zou verdrinken als hij geen snorkels zou gebruiken. De volgende keer valt het u zeker op. 

2022 wordt het jaar van de Fransen 


“Frans is na het Chinees de tweede wereldtaal!” Aan het woord is de Franse president Emmanuel Macron, nadat hij concludeerde dat Groot-Brittannië zich met de Brexit heeft teruggetrokken en geïsoleerd.  

Vanaf 1 januari 2022 wordt Frankrijk voor 6 maanden voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Hiermee neemt l’Hexagon - zoals de Fransen zelf hun land noemen naar de vorm ervan: een zeshoek - het stokje over van Slovenië. 

Macron, altijd al een ambitieus baasje, heeft een lange lijst aan prioriteiten waar hij zich in de eerste helft van 2022 op wilt richten. “In plaats van een Europa van samenwerking binnen onze grenzen moeten we ons ontwikkelen naar een Europa dat machtig is in de wereld, volledig soeverein, vrij in zijn keuzes en meester van zijn lot”, zei Macron.  

Een krachtig Europa dat zelfstandig opereert. Klinkt als politieke volwassenwording en ook noodzakelijk nu Amerika zich meer en meer richt op China. Máár Macron ziet – met Charles de Gaulle in gedachten - in het Europese project ook een middel om het Franse elan èn de Franse superstaat van weleer op te vijzelen.  

Speerpunt in deze ambitie is wat de Fransen met enig chauvinisme “Mission Civilisatrice” noemen. Wat betekent dat? Vrij vertaald zou je het een beschavingsoffensief kunnen noemen. De wereld een beetje Franser maken dan ze is want dat is beter voor de wereld. In vroeger eeuwen gingen de Europese grootmachten met hun schepen erop uit, eerst in Latijns-Amerika, Azië en later ook in Afrika, om de plaatselijke bevolking wat beschaving bij te brengen. Die inboorlingen werden algemeen als wilden en barbaren bestempeld. Onze Europese voorvaderen voelden zich moreel superieur.  

Met een beetje fantasie, en zo zien de Fransen het zelf ook graag, kun je dat begrip Mission Civilisatrice breed trekken. Want laten we eerlijk zijn: de culturele pracht en praal in Parijs, de etiketten, dat je nog met ‘u’ wordt aangesproken in winkels, maar ook het lekkere eten… dat hoort er allemaal bij. De Franse cultuur als moreel hoogstaand en toonaangevend.

Macron droomt er dus van dat Frankrijk weer een serieus woordje gaat meespreken in de wereldpolitiek. Letterlijk zelfs: Macron ziet zichzelf als de voornaamste pleitbezorger van - wat hij zelf noemt - een Frans Rijk gebaseerd op taal. Er zijn momenteel ongeveer 300 miljoen Franstaligen in de wereld; een grove schatting berekent dat dat in 2070 het dubbele zou kunnen zijn. De Afrikaanse bevolking vermenigvuldigt zich exponentieel. Daarom zet Macron ook enorm in op samenwerking tussen Europa en Afrika. 

De president gaat nog een stapje verder: Hij noemt de Franse weg de derde weg. Als je genoeg hebt van het Amerikaanse model of geen zin hebt om de Chinezen te volgen kunt u nog altijd bij de Fransen terecht. Le chef d’état benoemt het niet letterlijk, maar de Europese Unie is daarbij het perfecte vehikel. Duitsland is weliswaar groter, maar ze hebben de schijn van het verleden tegen zich. Zij zijn nog altijd bezig met hun verzoening met Europa. En nu het Verenigd Koninkrijk is weggevallen is de Frans-Duitse as weer net zo belangrijk als in de beginperiode (vóór 1973) toen Engeland nog niet meedeed. Vandaar dat Frankrijk zich nestelt in een leidersrol. 

In Macrons ambtieuze plannen om de Europese Unie krachtiger te laten werken, is een ding topprioriteit: de migrantencrisis. Er moet krachtig gereageerd worden, zegt hij, om de Europese grenzen te beschermen. De Franse president roept de andere landen op om regelmatig politieke bijeenkomsten te houden over migratie, zoals de EU-leden dat ook al doen over economische zaken. De unie is jarenlang diep verdeeld geweest en daar moet verandering in komen.  

Het wordt een superdruk voorjaar voor Macron, want in april zijn er ook presidentsverkiezingen in Frankrijk. De Franse conservatieve en extreemrechtse partijen voeren campagne voor een aanscherping van het immigratiebeleid. Die politieke tegenstanders zien Macron daarin als een softie

Aan de andere kant komt het voorzitterschap van de Europese Unie Macron heel goed uit. Als staatsman van de hele unie kan hij laten zien dat hij een echte leider is, niet alleen van het land maar van het hele Europese continent. Dat zou hem enorm veel prestige kunnen opleveren waardoor hij makkelijker de verkiezingsoverwinning zou kunnen binnen harken. We zullen zien... 

 

Deels ontleend aan een interview met Mathieu Segers, NPO radio 1, 25 december 2021.  

Is Parijs nog van ‘gewone’ mensen? 


Ik ben niet echt een ochtendmens, maar op een toevallige zondagochtend fietste ik al vroeg door Quartier Latin. Ik was in een wakkere bui. Het was midzomer. Dat had vast een gunstige invloed op mijn opgewektheid. 

Een week later zou de tweede ronde van de gemeenteraadsverkiezingen gehouden worden. Franse verkiezingen bestaan altijd uit twee beurten, gehouden op twee opeenvolgende zondagen. Maar die verkiezingen waren dit jaar wijder opgesplitst door een uit Azië overgewaaid virus. We hadden juist twee maanden opgesloten gezeten. Confinement. Die twee stemdagen waren nu niet minder dan 3 maanden van elkaar gescheiden!

Ik fietste door Quartier Latin, stopte bij kandidaatsaffiches aan de muur. Een vrouwelijke passant van rond de 70 met een afgebrande peuk in haar hand vroeg mijn mening. Voordat ik 2 zinnen had uitgesproken nam ze het van me over. Het was moeilijk kiezen voor haar omdat er eigenlijk geen alternatieven waren. Ze koos zelf altijd links, maar kon ze de huidige, sociaal-democratische burgemeester Anne Hidalgo nog wel links noemen? 

De kern van haar verhaal was dat Parijs steeds minder de stad was van de gewone Parijzenaar. De projectontwikkelaars hadden de touwtjes in handen gekregen. De stad was onbetaalbaar geworden om te wonen en overgeleverd aan toeristen. Weliswaar lag Parijs aan het ecologische infuus; de stad zou in een aantal jaren onherkenbaar vergroenen. Maar één stukje Parijs zal nooit meer terugkeren. Ze zei het stellig. Dat was het Parijs van de gewone mens. 

 

Historisch gezien is Parijs altijd grosso modo verdeeld geweest in: west = rijk, oost = arm. Er was plaats in de stad voor vuiligheid en ziektekiemen, schooiers en kleine criminelen, bohemiens en echte clochards. De stad was ruig, vol van diepe armoede. En dan zeker aan de oostkant, waar dorpen als Belleville, Ménilmontant en Charonne in 1860 zonder pardon werden aangehecht aan de stad. Deze wijken stonden, net als Le Marais, tot de jaren 1960 nog vol met krotten. 

Hoe was het straatbeeld van de stad toen? De 19de-eeuwse dichter Paul Verlaine laat ons er van proeven: “Het rumour uit de cafés, het slijk op de trottoirs/Stervende platanen die in het donker hun blad verliezen/ De omnibus, een orkaan van modder en ratelend ijzer/ Die knarst, slecht opgehangen tussen zijn vier wielen (…) Druipende daken, zwetende muren, de straat spekglad/ Gebarsten asfalt, stroompjes die de goten vullen/ Dat is mijn weg – met op het einde de hemel.”

Deze beschreven stad bestaat niet meer. De krotten hebben plaatsgemaakt voor moderne appartementsblokken, de straten en trottoirs zijn (vrijwel) altijd schoongespoten. Alle risico’s zijn – op enkele quartiers in het noordoosten na – uitgebannen. De stad is nagenoeg veilig geworden, máár ook exclusiever én duurder. Een eigen appartement in de stad is quasi onbetaalbaar. Daarmee is het echte leven, volgens vele Parisiens, uit het straatbeeld weggespoten zoals het vuil van de trottoirs. Zo ook volgens die dame op de zondagochtend. Weliswaar hebben de Parijzenaars klagen tot kunst verheven, maar deze vrouw droeg een rugzak vol 70 jaar aan Parijse herinneringen met zich mee. Ze wist waar ze over sprak. Ze wist hoe de stad was geëvolueerd sinds haar jeugd in de jaren ’50 en ’60.

 

Herinnert er zich in het 21ste-eeuwse Parijs dan helemaal niets meer aan de ‘gewone’ mens? Jawel hoor: de fiets! Meer dan ooit tevoren staat de fiets in het middelpunt van de belangstelling. Meer dan vierhonderd kilometer fietspad is er in een paar jaar tijd aangelegd. En er is nog veel meer fietspad op komst. Onder andere dat groene beleid leverde Anna Hidalgo die zondag in juni de verkiezingswinst op. Als iets niet elitair lijkt, dan is het wel de fiets. Maar schijn bedriegt. Want aan fietsen in de 21-ste eeuw hangt een prijskaartje. Meer dan ooit tevoren. Of dat nu een nieuwe fiets is of een vélib’ fietsje van de stad. Zeker in het coole, sexy, modebewuste Parijs.

 

Informatie deels ontleend aan: Luc Santé, Het Andere Parijs.

Geen beschaafder volk dan de Parijzenaren


Geen beschaafder volk dan de Parijzenaren. De Parijzenaren lijken misschien niet altijd het meest hartelijke volk dat u zich kunt voorstellen… alhoewel… zelfs dat valt reuze mee. 

 

Het grote verschil zit ‘m bijvoorbeeld in de echte Parijzenaren en de mensen uit de banlieues, de voorsteden. Hoe weet ik dat? Het verschil is duidelijk zichtbaar in het verkeer. Een echte Parijzenaar zal je altijd voor laten gaan als je in je recht staat. Iemand uit de banlieue zal toch vaak zichzelf ertussen willen drukken. Nu zult u zich misschien afvragen: hoe weet jij dat zo goed? Hoe kun jij zo goed voorstedelingen onderscheiden van echte Parijzenaren? Roepen die ‘merde’ met een ander accent? Hebben die een ander type auto? Nou, dat niet, maar het zit er wel dichtbij. Het geheim is: de plaque d’immatriculation. Oftewel: het nummerplaat. Het mooie is dat in Frankrijk, in tegenstelling tot in Nederland en België, op de kentekenplaten het departement staat aangegeven. Zo weet je meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. Of in de stad. 75 is de aanduiding voor de stad Parijs. Dat is ook het begin van onze postcode. 77, 78, 93, 94, 95, dat zijn de omliggende regio’s en gemeenten. Die laatsten willen nog wel eens te hard rijden waar dat volstrekt onnodig is. 

Over de omgang in het verkeer gesproken: wat mij positief is opgevallen is het volgende. Soms heb ik de neiging om in het verkeer, als je in de knel komt en het ligt eigenlijk aan de ander, uit beleefdheid even snel “oh pardon” of “excusez-moi” te zeggen. Dat is efficiënter dan beginnen te fulmineren. Bovendien kun je op een beschaafde manier iemand op zijn plaats zetten, omdat die ander zelden zo’n reactie verwacht. Maar wat gebeurt er vaak bij echte Parijzenaren? In plaats van dat ze uit hun plaat gaan, antwoorden ze met: “Non, c’est moi”. Met andere woorden: het was eigenlijk mijn fout en ik erken die. Kom daar maar eens om in het verkeer!

 

Een ander flagrant voorbeeld is natuurlijk het winkelen. In een boetiek of een supermarkt. Het is zelden voorgekomen dat ik een winkel binnenkwam zonder dat ik werd begroet met ‘bonjour, monsieur’ en met ‘vous’ werd aangesproken. Inderdaad, met ‘u’! En dat heeft niets met leeftijd te maken, maar alles met gewoonte. Ik kan het me niet herinneren dat ik voor de laatste keer in Nederland met ‘u’ ben aangesproken als ik een winkel binnenkwam. En dat geldt ook voor Vlaanderen, waar men steeds vaker ‘Hollandse’ trekjes overneemt. Of ze nu willen of niet. 😉

Natuurlijk kan ik de cynische conclusie trekken dat die begroeting uit commercieel oogpunt wordt gedaan. Extra nootjes of chipjes bij een glas bier of wijn op het terras krijg je ook niet om onbaatzuchtige redenen. Maar niets is minder waar: ook als je niets koopt word je immers getrakteerd op een keurige “au revoir, monsieur”.

 

Tot slot nog een klassiek voorbeeld uit het dagelijkse leven in Parijs. Eentje uit de tours van Paris Promenade. Of we nu Jardin des Tuileries of Jardin du Luxembourg passeren, altijd wordt me dezelfde vraag gesteld over de witte stoeltjes. In beide parken grossiert het van de witte stoelen, rechtop of luie stoelen, die daar voor iedereen staan. Typische Hollandse vraag is: “Neemt niemand die mee?” De eerste keer keek ik de vraagsteller heel vreemd aan. Ik wist niet goed waar die nieuwsgierigheid vandaan kwam. Toen bleek die vraag zich in andere groepen te herhalen. Dus ik ben er wat aan gewend geraakt. Maar toch… ik kan me niet aan de indruk onttrekken wat voor een samenleving de Hollandse is. Die stoelen in de Parijse parken staan in de openbare ruimte en staan er dus om door iedereen gebruikt te worden. Niet om ze na afloop mee te nemen naar huis. Zo kunnen andere mensen ze ook gebruiken om even uit te rusten of van de zon te genieten. Dat is wel zo beschaafd.

Ratatouille en zijn vriendjes


Het was tegen middernacht. De temperatuur was nog altijd 25 graden in het centrum van Parijs. Ik had iemand in de buurt van de Seine ontmoet en liep nu in de richting van Forum des Halles toen het volgende gebeurde. Ik moest daar zijn, omdat ik mijn fiets had vastgezet tegen église Saint-Eustache. Toen ik door Jardin Nelson Mandela liep keek ik om me heen en zag een enorme zwerm ratten. In een blik zag ik er minstens 20! Kanjers van ratten. In mijn hele leven had ik er nog nooit zoveel gezien.

De buurt rond Forum des Halles is van oudsher de voorraadschuur van de stad. Alles wat met eten te maken heeft, is daar te vinden. In de winter heeft dat nauwelijks een effect, dan is het te koud. Maar in de zomer doen de knaagdieren zich tegoed aan alle etensresten die uiteraard door mensen worden achtergelaten. En dus stond ik omringd door tientallen ratten. Probeer dan maar eens je fiets van het slot te krijgen.

Zolang Parijs bestaat lopen er hier ratten rond. Dat was al in de Middeleeuwen, de diertjes hebben bijvoorbeeld de pest verspreid in 1347. In de 19de eeuw waren ze zo talrijk aanwezig dat - ik citeer - ‘als karkassen van koudgeslachte paarden op een bepaalde dag ergens in een hoek waren blijven liggen, ze daags daarna volledig waren kaalgevreten; de ratten ondermijnden de heuvels in de omgeving en deden complete huizen instorten.’ Het probleem is dus niet van gisteren. 

In de jaren ‘80 wilde toenmalig burgemeester Jacques Chirac al voor eens en altijd afrekenen met de beestjes. Maar meer dan een begin maakte hij niet. Het bestuur had ooit al eens twee katten losgelaten. Twee katten voor miljoenen ratten! Ga daar maar aanstaan als poes. In andere delen van de stad hebben ze zelfs ondergronds explosieven laten afgaan, zodat de ratten of door de knal werden gedood of levend werden begraven doordat hun holletjes instortten. Zelfs een rattenvanger is ooit in de arm genomen. Maar niets hielp. De rattenterreur bleef. 

De aantallen lopen uiteen, en ik hou niet van overdrijven, maar ik heb gehoord dat er voor iedere Parijzenaar 3 keer zoveel ratten zijn. Niet minder dan 6 miljoen! En dus nam onze huidige burgemeester Anne Hidalgo nieuwe maatregelen. In de zomer van 2019, toen mijn fiets bij Les Halles stond geparkeerd, had het stadsbestuur de Parijzenaars ontboden om de handen uit de mouwen te steken. De Parijzenaars moesten een bijdrage leveren met rattengif of rattenvallen. Als je dat niet deed, liep je het risico op een boete van 450 euro! Ik hoop niet dat dat per rat was, want als de politie mij in die nacht zou hebben gezien, had ik een megaboete ontvangen. 

Ineens begreep ik het sprookje van de rattenvanger van Hamelen beter. Maar ja, waar laat je al die knaagdieren? Nee, de beste methode is aan de mens zelf. En ook u, als toerist, kunt een handje helpen. De beste methode is simpelweg geen etensresten meer achter laten en onze rotzooi weggooien in goed afgesloten vuilnisbakken die er volop staan. Dan zullen de ratten ook snel verdwijnen. 

De duurste wijken van Parijs


Toen ik ooit in de gigantische metropool van New York was viel me op dat Manhattan was onderverdeeld in kleinere wijken. Uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, proberen we alles tot menselijke proporties terug te brengen. Hetzelfde geldt voor Parijs. Al in vroeger eeuwen begaven Parisiens zich zelden buiten hun eigen wijk. En eigenlijk is dat nog altijd zo. De meeste mensen pendelen vooral tussen woonplaats en werklocatie. Zoals overal. En in het weekend gaan ze naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum. Meestal komen ze amper verder dan het volgende arrondissement.

En zo is Parijs dus ook ingedeeld: 20 arrondissementen. Bezoekers van de stad kunnen er vaak geen chocolade van maken hoe die arrondissementen zijn geordend. Na enig zoeken ontdekt u wel orde in de chaos. De arrondissementen cirkelen om het Île de la Cité (met de Notre Dame), het centrale middelpunt van de stad. Dit eiland zelf is verdeeld tussen het eerste en het vierde arrondissement. Dan draaien we vanaf het eerste arrondissement met de klok mee steeds ruimer om het eiland. Zoals een slakkenhuis of een omgekeerd ganzenbordbord, zoals ik het kleine kinderen tijdens een tour altijd probeer uit te leggen. 

De Parijse postcode is hier ook op gebaseerd. 75 is het getal van Parijs als departement en daarachter mag je je eigen arrondissement invullen. 75007 is bijvoorbeeld het 7de arrondissement, 75015 het 15de arrondissement. Dat klinkt héél logisch voor Franse begrippen. Over het 15de arrondissement gesproken, dat is het grootste, zowel in oppervlakte als inwonersaantallen: ongeveer 240.000 mensen. Dat is evenveel als de hele stad Bordeaux. 

Dat is behoorlijk groot voor een arrondissement. Daarom zijn die arrondissementen op hun beurt allemaal weer onderverdeeld in vier quartiers. 80 quartiers in totaal. Met vrijwel allemaal minimaal één kerk. Een simpele rekensom zorgt er dus voor dat er in Parijs meer dan 100 kerken staan! Die hebben dagelijks twee missen, op zondag vaak drie tot vier. En de meeste kerken worden makkelijk half gevuld. Ik heb begin 2019 gelezen dat voor het eerst in de geschiedenis er in Parijs meer niet-gelovigen zijn. Maar dan hebben we het nog altijd over meer dan één miljoen wel-gelovigen.

Van oudsher is Parijs opgedeeld tussen west (rijk) en oost (arm). De verdeling is zeker aan discussie onderhevig. In de 21ste eeuw is het zo dat vrijwel heel Parijs quasi onbetaalbaar is geworden. Maar in verschillende wijken staat arm en rijk heel dicht bij elkaar. 5 minuten van de Sacre Coeur, in Montmartre, staan exorbitant dure huizen met prachtige privétuinen. Op weinig plekken betaal je meer voor een huis. En 5 minuten naar de andere kant loop je Barbès in, een van de armste plekken binnen de Péripherique, die je ’s avonds maar beter vermijdt. 

In de ‘armere’ delen van Parijs betaal je rond de 8000 euro per vierkante meter om iets te kopen. De ‘mid price-arrondissementen’ zijn goed voor 9000 euro per vierkante meter. Maar vergis u niet: de wijk rond de Champs Élysées, dat internationaal een reputatie heeft als chique en duur, zit gemiddeld onder 10.000 euro. Niet goedkoop, maar peanuts vergeleken bij de echt dure arrondissementen rond het Louvre en op de eilanden in de Seine. Maar veruit het aller-, allerduurste deel van Parijs is het 6de arrondissement: Saint-Germain-des-Prés. Een koopappartement kost je daar gemiddeld meer dan 12.240 euro per vierkante meter. 

In welk arrondissement zou u het liefst wonen?

Parijs tot op het bot verdeeld


Parijs is tot op het bot verdeeld. Tussen noord en zuid. Eigenlijk, in tegenstelling tot veel toeristen denken, bestaan noord en zuid niet in Parijs. De Parisiens spreken liever van: rive gauche (linkeroever) en rive droite (rechteroever). In Parijs verschillen die oevers, net zoals in Antwerpen bijvoorbeeld, wezenlijk van elkaar. 

Wat is precies rive gauche en wat is rive droite? Dat is vrij gemakkelijk. Je hoeft enkel te weten naar welke richting de Seine stroomt. Dat is naar het westen, richting Le Havre. De Seine ontspringt ten zuiden van de Vogezen, in het noordoosten van Frankrijk. En in die richting, naar het westen dus, passeert de rivier ook Parijs. Als je op je bootje stroomafwaarts gaat, heb je ten hoogte van Parijs aan je rechterhand rive droite en aan je linkerhand rive gauche. Bij vlagen kan het leven zo heerlijk helder en simpel zijn. 

Rive gauche en rive droite zijn aan elkaar gewaagd. Rive droite is net wat groter (veertien arrondissementen) maar de geschiedenis van rive gauche (zes arrondissementen) is dan weer wat ouder. Grosso modo zijn de twee delen als volgt te onderscheiden: rive droite staat voor geld en handel: de banken zijn daar, net als de beurzen, Forum des Halles: de van oudsher grootste voedselvoorziening en nu het grootste winkelcentrum van de stad. Maar ook Place Vendôme en de Champs-Élysées, twee van de chicste boetiekwijken van Parijs, vindt u op rive doite. Rive gauche daarentegen staat voor een andere manier van leven. Deze kant betekent cultuur en het intellectuele: Quartier Latin met de Sorbonne universiteit is daar te vinden, net als het culturele Saint-Germain-des-Prés en het theatrale Montparnasse waar vroeger de bohemiens rondliepen. Maar evengoed staat de Eiffeltoren op rive gauche

Nu we deze spelregels kennen, kan het grootse en meeslepende spel van Parijs beginnen. Want deze verdeling is een dramatische strijd voor het leven. Je bent voor één van de twee. Een Spartaan kan ook niet anders dan zijn achterwerk afvegen met het shirtje van Feyenoord. 

Zonder gekheid: het verschil zit diep bij de Parisiens. Ik ken een vrouw die ver voor de Tweede Wereldoorlog was geboren. En wel op rive gauche, het intellectuele deel van Parijs. Op jonge leeftijd gebeurde er iets ingrijpends in haar leven: ze werd verliefd. Ze werd verliefd op een man die – u raadt het al – van de overkant van het water kwam. Het paar ging trouwen en zij verhuisde naar rive droite, het zakelijke deel van Parijs. Liefde maakt blind. Ze woonden in het prille geluk van hun eerste huwelijksjaren. Maar ja, u weet hoe die dingen gaan: na een tijdje verdween de passie, de relatie verdorde, de stroom kwam tot stilstand. Na elf jaar huwelijk was de koek op en ze scheidden. De vrouw kwam weer tot zichzelf. Het huwelijk leerde haar dat je heimwee kunt krijgen zonder een stad te verlaten. De inkt van de scheidingspapieren was nauwelijks opgedroogd of ze keerde al terug naar haar zo geliefde rive gauche. En daar is ze nooit meer weg gegaan. Ze woont er nog altijd in een appartement pal tegenover Tour Montparnasse, de enige wolkenkrabber die we hebben in de stad. Met een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren en het vuurwerk op Quatorze Juillet!

Zo ziet u maar: de Seine is niet alleen een bron van zoete romantiek voor zorgeloze toeristen. De geïdealiseerde rivier is net zo goed een splijtzwam die families, huwelijken, hele volksstammen uiteenrukt. Een verdict dat zorgt voor een diepe, emotionele scheiding tussen de twee delen van Parijs.

Die verscheurdheid speelt zich ook af in mijzelf. Ik droom er al jaren van om op rive gauche te wonen. Als ik goed in de spiegel kijk zie ik ook iemand die het culturele en intellectuele iets beter ligt dan het puur zakelijke. Maar - oh ironie! - tot dusver heb ik altijd gewoond op… rive droite. Op de een of andere manier brengt het lot (en mijn portemonnee) me altijd op rive droite. Tja… Maar het goede nieuws is: er valt nog van alles te dromen. Want niet het geld maar het verlangen ‘makes the world go ‘round.’