Het is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je mij bent.


Enkele dagen geleden stond mijn achterste in brand. 400 brandweermannen en -vrouwen uit Parijs en omgeving hebben er alles aan gedaan om te redden wat er te redden viel. Dat is gelukkig vrij goed gelukt. Maar doordat ik zoveel hout herberg is er toch nog veel verloren gegaan. Dat doet pijn.

Nu enkele dagen later, staan er nog altijd aan beide oevers en achter mij op het eiland van de buren, Île Saint-Louis, hele menigten mensen te bidden, te huilen, te zingen en foto’s te maken. Allemaal om mij. Zoveel mensen weet ik te beroeren: gelovigen, nostalgische zielen, architectonische fetisjisten, toeristen… De hele wereld is in de ban van mij. Doordat de hulpverleners nog voor dagen aan nazorg doen, is heel ons eiland, Île de la Cité, afgesloten. Voor weken nog, heb ik gehoord. Verkeer wordt omgeleid. Ik zag een tourgids op zijn fietsje aangereden zoals vrijwel iedere dag. Maar in plaats van over de kleine brug te gaan en achter mij langs te rijden naar Quartier Latin, wees de politie hem via een omweg langs Pont de la Tournelle. Daar staat het journalistengilde verslag te doen van mijn bedrijfsongevalletje. Ik ga al dagen de hele wereld over. En ook de kerstvieringen kan ik de komende jaren op mijn buik of - in mijn geval – op mijn schip schrijven.


Het is moeilijk bescheiden te blijven met zoveel aandacht. Daar heb ik in de loop van de eeuwen sowieso niet over te klagen gehad. Napoleon liet zichzelf in mij kronen. Dat klinkt onsmakelijker dan het is. Charles de Gaulle kwam onmiddellijk naar mij toe nadat Parijs in augustus 1944 weer vrij was na 4 jaar meedogenloze onderdrukking. Ik heb toen een katholiek feestje gegeven om de bevrijding te vieren. Intussen had ik een vaste bewoner gekregen. Hij is weliswaar niet moeders mooiste en laat zich (daarom?) amper zien. Maar hij is wel betrouwbaar: hij luidt mijn klokken op tijd. Waar vind je zulk punctueel personeel nog tegenwoordig?

Maar het is inderdaad moeilijk bescheiden te blijven. Niet alleen de aandacht kan naar je hoofd stijgen, maar ook de hoeveelheid geld dat er nu al is opgehaald. Dat loopt richting een miljard euro! Je zou voor minder gaan blozen. De baas van een afgebrande collega van mij in het zuiden van Frankrijk was kwaad. Hij zei dat als hij maar één procent had gekregen van het geld dat ik heb opgehaald hij al blij zou zijn. Maar niemand maalt om zijn kerkje. Tja, wat kan ik daarop zeggen? Ik ben wèl een pionier. Nadat even ten noorden van Parijs, in Saint-Denis, mijn soort door de plaatselijke abt per ongeluk werd uitgevonden, was ik de eerste waarop ze uitgebreid hebben kunnen oefenen. Ik lag toen nog op de tekentafel. Voordat ze uit het oorspronkelijk model mij eindelijk hadden opgebouwd en uitgehouwen, heb ik niet minder dan 200 jaar geduld moeten hebben. Doe dat maar eens na! Al die achterneefjes en -nichtjes in het Noorden van Frankrijk, België, Zuid-Nederland, Duitsland moesten toen allemaal nog verwekt worden. En dan heb ik niet eens over al die neogotische varianten over de hele wereld!

Aan de andere kant is al die aandacht niet slecht, het is tegenwoordig niet gemakkelijk om mijn soort te zijn. De officiële betekenis, huis van God, gaat aan veel mensen voorbij. God is dood, hebben ze massaal besloten. Alles draait nu om de mens. Daar kun je over denken wat je wilt. Daarom is het ook moeilijk uit te leggen waarom er toch nog bijna een miljard voor mijn herstel is opgehaald. Veel mensen waren er kwaad om. Er lopen hier al een tijdje boze mensen rond in gele hesjes. Zij vonden het oneerlijk. Maar moet ik mij verontschuldigen? Het is tegenwoordig zo moeilijk uit te leggen dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen een gebouw en een mensenleven. Ik bedoel over 500 jaar zijn de kleinkinderen van uw kleinkinderen voorgoed vergeten. Zelfs hun graf zal dan geruimd zijn. Misschien dat je na lang zoeken hun naam nog terugvindt in een stoffig archief. Digitaal misschien, maar - figuurlijk - niet minder stoffig. Maar ik, bewonderd door vele mensen, ik sta dan nog altijd fier overeind. Met hier en daar een litteken. Een gebouw kun je restaureren, een mensenlichaam niet, dat is gewoon op na 70, 80 jaar leven. Dat is toch het voordeel dat ik heb. 

U begrijpt nu nog beter: Het is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je mij bent. 😉