Mijn liefde voor Parijs


Ik hou ervan om me te omringen met schoonheid. Er is veel lelijkheid in de wereld; hij is verre van perfect. Maar gelukkig in het centrum van Parijs is veel authentieke schoonheid te vinden. Als je de achtergronden kent wordt die schoonheid nóg intenser. Misschien ben ik in Parijs wel op zoek naar schoonheid en de verstening van de tijd als troost. Maar tegelijkertijd, in het heden, is het een keiharde jungle waar je probeert je hoofd boven water te houden. Maar ja, die stad vergoedt zoveel als je er doorheen loopt. Dat maakt Parijs zo fascinerend. Al die mensen uit het verleden die probeerden het te maken, zovelen die boven het maaiveld uitstaken en die hun hoofd verloren (al dan niet door de guillotine). Zo weinigen die het echt maakten en ook zij, zoals wij allemaal, betaalden daarvoor een prijs. 


Vroeger was ik eerder Londen minded. Ik ging daar regelmatig naartoe. Maar het lot bracht mij naar Parijs. Sinds ik hier woon heb ik geprobeerd om zo veel mogelijk de stad te exploreren. Al snel kwam ik erachter dat voor een historicus Parijs het paradijs is. Vanaf de twintigste eeuw (Centre Pompidou) tel je in Parijs architecturaal terug om uiteindelijk in de eerste eeuw terecht te komen (met Arènes de Lutèce). Dat vind je in geen enkele andere stad!

Maar zoals gezegd ook voor het dagelijkse leven geldt: never a dull moment. Parijs is een chaos, maar zoals bij alles, zit er structuur in. Symbool daarvoor vind ik Place d’Étoile waar alle auto’s, hevig claxonnerend, door elkaar rijden. Maar schijn bedriegt. En in Parijs is het net zoals in al die andere metropolen: de immense stad van elf miljoen inwoners wordt uiteindelijk toch teruggebracht tot de menselijke maat. Er zijn niet minder dan tachtig wijken (‘quartiers’). Sommige amper tien straten groot.


Sinds ik hier woon heeft Parijs aanslagen te verwerken gehad op de redactie van het magazine Charlie Hebdo en in de concertzaal van de Bataclan. Alle aandacht was gericht op het indammen van dit gevaar. Vervolgens kwamen gele hesjes de straat op met enorme ravage tot gevolg op en rond de Champs-Elysées. Die wind is niet echt gaan liggen, maar werd wel overschaduwd door de Kerst-stakingen toen zelfs de metro zes weken buiten dienst was. Dit jaar hebben we acht weken lang letterlijk ons huis niet verlaten in een heuse confinement. In dat tijdperk leef ik dus: het tijdperk van aanslagen en confinement, maar ook van grote milieuvriendelijke veranderingen die de stad onherkenbaar groener gaan maken. De Olympische Spelen van 2024 vormen de eerste deadline (date de limite). Dankzij glansrijke overwinning van onze burgemeester op 28 juni 2020 gaan we er helemaal voor!


Die veranderingen kan ik nog doortrekken. Mijn eigen verleden in de jaren tachtig, negentig. Het Parijs, waarmee ik vanop een afstand ben opgegroeid – het Franse chanson, accordeonmuziek, bistro’s –, verdwijnt langzaam. Het geluid van de accordeon begint zeldzamer en zeldzamer te worden in de straten van Parijs. In Montmartre, op de stoep voor het oude atelier van Picasso, zit wel eens een accordeonist te spelen. Ik attendeer altijd mijn gasten op dit verdwijnende geluid. De meeste straatartiesten spelen gitaar of vermaken een menigte met acrobatiek en grappen, zoals je die in zoveel andere westerse metropolen ook ziet. En dat niet alleen. Parijs lijkt met al haar duizenden pizzaria’s, Engels als voertaal, en internationale ketens in de winkelstraten in snel tempo stukjes eigenheid in te leveren. Er is geen ontkomen aan: de stad is geglobaliseerd.