Ratatouille en zijn vriendjes


Het was tegen middernacht. De temperatuur was nog altijd 25 graden in het centrum van Parijs. Ik had iemand in de buurt van de Seine ontmoet en liep nu in de richting van Forum des Halles toen het volgende gebeurde. Ik moest daar zijn, omdat ik mijn fiets had vastgezet tegen église Saint-Eustache. Toen ik door Jardin Nelson Mandela liep keek ik om me heen en zag een enorme zwerm ratten. In een blik zag ik er minstens 20! Kanjers van ratten. In mijn hele leven had ik er nog nooit zoveel gezien.

De buurt rond Forum des Halles is van oudsher de voorraadschuur van de stad. Alles wat met eten te maken heeft, is daar te vinden. In de winter heeft dat nauwelijks een effect, dan is het te koud. Maar in de zomer doen de knaagdieren zich tegoed aan alle etensresten die uiteraard door mensen worden achtergelaten. En dus stond ik omringd door tientallen ratten. Probeer dan maar eens je fiets van het slot te krijgen.

Zolang Parijs bestaat lopen er hier ratten rond. Dat was al in de Middeleeuwen, de diertjes hebben bijvoorbeeld de pest verspreid in 1347. In de 19de eeuw waren ze zo talrijk aanwezig dat - ik citeer - ‘als karkassen van koudgeslachte paarden op een bepaalde dag ergens in een hoek waren blijven liggen, ze daags daarna volledig waren kaalgevreten; de ratten ondermijnden de heuvels in de omgeving en deden complete huizen instorten.’ Het probleem is dus niet van gisteren. 

In de jaren ‘80 wilde toenmalig burgemeester Jacques Chirac al voor eens en altijd afrekenen met de beestjes. Maar meer dan een begin maakte hij niet. Het bestuur had ooit al eens twee katten losgelaten. Twee katten voor miljoenen ratten! Ga daar maar aanstaan als poes. In andere delen van de stad hebben ze zelfs ondergronds explosieven laten afgaan, zodat de ratten of door de knal werden gedood of levend werden begraven doordat hun holletjes instortten. Zelfs een rattenvanger is ooit in de arm genomen. Maar niets hielp. De rattenterreur bleef. 

De aantallen lopen uiteen, en ik hou niet van overdrijven, maar ik heb gehoord dat er voor iedere Parijzenaar 3 keer zoveel ratten zijn. Niet minder dan 6 miljoen. En dus nam onze huidige burgemeester Anne Hidalgo nieuwe maatregelen. In de zomer van 2019, toen mijn fiets bij Les Halles stond geparkeerd, had het stadsbestuur de Parijzenaars ontboden om de handen uit de mouwen te steken. De Parijzenaars moesten een bijdrage leveren met rattengif of rattenvallen. Als je dat niet deed, liep je het risico van een boete van 450 euro! Ik hoop niet dat dat per rat was, want als de politie mij in die nacht zou hebben gezien, had ik een megaboete ontvangen. 

Ineens begreep ik het sprookje van de rattenvanger van Hamelen beter. Maar ja, waar laat je al die knaagdieren? Nee, de beste methode is aan de mens zelf. En ook u, als toerist, kunt een handje helpen. De beste methode is simpelweg geen etensresten meer achter laten en onze rotzooi weggooien in goed afgesloten vuilnisbakken die er volop staan. Dan zullen de ratten ook snel verdwijnen. 

De duurste wijken van Parijs


Toen ik ooit in de gigantische metropool van New York was viel me op dat Manhattan was onderverdeeld in kleinere wijken. Uiteindelijk, hoe je het ook wendt of keert, proberen we alles tot menselijke proporties terug te brengen. Hetzelfde geldt voor Parijs. Al in vroeger eeuwen begaven Parisiens zich zelden buiten hun eigen wijk. En eigenlijk is dat nog altijd zo. De meeste mensen pendelen vooral tussen woonplaats en werklocatie. Zoals overal. En in het weekend gaan ze naar het dichtstbijzijnde winkelcentrum. Meestal komen ze amper verder dan het volgende arrondissement.

En zo is Parijs dus ook ingedeeld: 20 arrondissementen. Bezoekers van de stad kunnen er vaak geen chocolade van maken hoe die arrondissementen zijn geordend. Na enig zoeken ontdekt u wel orde in de chaos. De arrondissementen cirkelen om het Île de la Cité (met de Notre Dame), het centrale middelpunt van de stad. Dit eiland zelf is verdeeld tussen het eerste en het vierde arrondissement. Dan draaien we vanaf het eerste arrondissement met de klok mee steeds ruimer om het eiland. Zoals een slakkenhuis of een omgekeerd ganzenbordbord, zoals ik het kleine kinderen tijdens een tour altijd probeer uit te leggen. 

De Parijse postcode is hier ook op gebaseerd. 75 is het getal van Parijs als departement en daarachter mag je je eigen arrondissement invullen. 75007 is bijvoorbeeld het 7de arrondissement, 75015 het 15de arrondissement. Dat klinkt héél logisch voor Franse begrippen. Over het 15de arrondissement gesproken, dat is het grootste, zowel in oppervlakte als inwonersaantallen: ongeveer 240.000 mensen. Dat is evenveel als de hele stad Bordeaux. 

Dat is behoorlijk groot voor een arrondissement. Daarom zijn die arrondissementen op hun beurt allemaal weer onderverdeeld in vier quartiers. 80 quartiers in totaal. Met vrijwel allemaal minimaal één kerk. Een simpele rekensom zorgt er dus voor dat er in Parijs meer dan 100 kerken staan! Die hebben dagelijks twee missen, op zondag vaak drie tot vier. En de meeste kerken worden makkelijk half gevuld. Ik heb begin 2019 gelezen dat voor het eerst in de geschiedenis er in Parijs meer niet-gelovigen zijn. Maar dan hebben we het nog altijd over meer dan één miljoen wel-gelovigen.

Van oudsher is Parijs opgedeeld tussen west (rijk) en oost (arm). De verdeling is zeker aan discussie onderhevig. In de 21ste eeuw is het zo dat vrijwel heel Parijs quasi onbetaalbaar is geworden. Maar in verschillende wijken staat arm en rijk heel dicht bij elkaar. 5 minuten van de Sacre Coeur, in Montmartre, staan exorbitant dure huizen met prachtige privétuinen. Op weinig plekken betaal je meer voor een huis. En 5 minuten naar de andere kant loop je Barbès in, een van de armste plekken binnen de Péripherique, die je ’s avonds maar beter vermijdt. 

In de ‘armere’ delen van Parijs betaal je rond de 8000 euro per vierkante meter om iets te kopen. De ‘mid price-arrondissementen’ zijn goed voor 9000 euro per vierkante meter. Maar vergis u niet: de wijk rond de Champs Élysées, dat internationaal een reputatie heeft als chique en duur, zit gemiddeld onder 10.000 euro. Niet goedkoop, maar peanuts vergeleken bij de echt dure arrondissementen rond het Louvre en op de eilanden in de Seine. Maar veruit het aller-, allerduurste deel van Parijs is het 6de arrondissement: Saint-Germain-des-Prés. Een koopappartement kost je daar gemiddeld meer dan 12.240 euro per vierkante meter. 

In welk arrondissement zou u het liefst wonen?

Parijs tot op het bot verdeeld

Parijs is tot op het bot verdeeld. Tussen noord en zuid. Eigenlijk, in tegenstelling tot veel toeristen denken, bestaan noord en zuid niet in Parijs. De Parisiens spreken liever van: rive gauche (linkeroever) en rive droite (rechteroever). In Parijs verschillen die oevers, net zoals in Antwerpen bijvoorbeeld, wezenlijk van elkaar. 

Wat is precies rive gauche en wat is rive droite? Dat is vrij gemakkelijk. Je hoeft enkel te weten naar welke richting de Seine stroomt. Dat is naar het westen, richting Le Havre. De Seine ontspringt ten zuiden van de Vogezen, in het noordoosten van Frankrijk. En in die richting, naar het westen dus, passeert de rivier ook Parijs. Als je op je bootje stroomafwaarts gaat, heb je ten hoogte van Parijs aan je rechterhand rive droite en aan je linkerhand rive gauche. Bij vlagen kan het leven zo heerlijk helder en simpel zijn. 

Rive gauche en rive droite zijn aan elkaar gewaagd. Rive droite is net wat groter (veertien arrondissementen) maar de geschiedenis van rive gauche (zes arrondissementen) is dan weer wat ouder. Grosso modo zijn de twee delen als volgt te onderscheiden: rive droite staat voor geld en handel: de banken zijn daar, net als de beurzen, Forum des Halles: de van oudsher grootste voedselvoorziening en nu het grootste winkelcentrum van de stad. Maar ook Place Vendôme en de Champs-Élysées, twee van de chicste boetiekwijken van Parijs, vindt u op rive doite. Rive gauche daarentegen staat voor een andere manier van leven. Deze kant betekent cultuur en het intellectuele: Quartier Latin met de Sorbonne universiteit is daar te vinden, net als het culturele Saint-Germain-des-Prés en het theatrale Montparnasse waar vroeger de bohemiens rondliepen. Maar evengoed staat de Eiffeltoren op rive gauche

Nu we deze spelregels kennen, kan het grootse en meeslepende spel van Parijs beginnen. Want deze verdeling is een dramatische strijd voor het leven. Je bent voor één van de twee. Een Spartaan kan ook niet anders dan zijn achterwerk afvegen met het shirtje van Feyenoord. 

Zonder gekheid: het verschil zit diep bij de Parisiens. Ik ken een vrouw die ver voor de Tweede Wereldoorlog was geboren. En wel op rive gauche, het intellectuele deel van Parijs. Op jonge leeftijd gebeurde er iets ingrijpends in haar leven: ze werd verliefd. Ze werd verliefd op een man die – u raadt het al – van de overkant van het water kwam. Het paar ging trouwen en zij verhuisde naar rive droite, het zakelijke deel van Parijs. Liefde maakt blind. Ze woonden in het prille geluk van hun eerste huwelijksjaren. Maar ja, u weet hoe die dingen gaan: na een tijdje verdween de passie, de relatie verdorde, de stroom kwam tot stilstand. Na elf jaar huwelijk was de koek op en ze scheidden. De vrouw kwam weer tot zichzelf. Het huwelijk leerde haar dat je heimwee kunt krijgen zonder een stad te verlaten. De inkt van de scheidingspapieren was nauwelijks opgedroogd of ze keerde al terug naar haar zo geliefde rive gauche. En daar is ze nooit meer weg gegaan. Ze woont er nog altijd in een appartement pal tegenover Tour Montparnasse, de enige wolkenkrabber die we hebben in de stad. Met een prachtig uitzicht op de Eiffeltoren en het vuurwerk op Quatorze Juillet!

Zo ziet u maar: de Seine is niet alleen een bron van zoete romantiek voor zorgeloze toeristen. De geïdealiseerde rivier is net zo goed een splijtzwam die families, huwelijken, hele volksstammen uiteenrukt. Een verdict dat zorgt voor een diepe, emotionele scheiding tussen de twee delen van Parijs.

Die verscheurdheid speelt zich ook af in mijzelf. Ik droom er al jaren van om op rive gauche te wonen. Als ik goed in de spiegel kijk zie ik ook iemand die het culturele en intellectuele iets beter ligt dan het puur zakelijke. Maar - oh ironie! - tot dusver heb ik altijd gewoond op… rive droite. Op de een of andere manier brengt het lot (en mijn portemonnee) me altijd op rive droite. Tja… Maar het goede nieuws is: er valt nog van alles te dromen. Want niet het geld maar het verlangen ‘makes the world go ‘round.’