Over pannenkoeken en Franse scheldwoorden

De beste crêpes in Parijs vind je bij Tour Montparnasse, de enige wolkenkrabber die we hebben in de stad. Montparnasse kent leuke plekken, maar als geheel is het niet meteen mijn favoriete quartier. Dat komt juist door die wolkenkrabber, die letterlijk en figuurlijk een schaduw trekt over de ooit zo flamboyante wijk. 

Honderd jaar geleden, toen was het heel anders. Na het drama van de Eerste Wereldoorlog dronken en dansten de vrije mensen in de straten van Montparnasse. Op zoek naar vertier om de nare periode weg te spoelen. Bohemiens, duizenden gearriveerde Amerikaanse expats, maar ook nieuwe buurtbewoners uit Bretagne. Zij waren met nog veel meer dan die Amerikanen. Tweehonderd duizend Bretons zochten na de Groote Oorlog een betere toekomst in Parijs. Hun trein uit Bretagne kwam aan in Gare Bienvenue Montparnasse. Dat station is nu gelegen onder de wolkenkrabber, die pas sinds 1973 op die plek staat. 

De Bretons vestigden zich in de directe omgeving van dat treinstation. Natuurlijk namen ze hun eigen cultuur mee. Dat waren crêpes en galettes om te eten, en cider om te drinken. Galettes zijn hartige pannenkoeken met kip, spek, ei, zalm of iets anders. Een crêpe is een pannenkoek met confituur (jam voor Nederlanders), suiker, of Nutella. Héél veel Nutella. Denkt u aan héél veel Nutella en dat maal twee. De Fransen zijn er dol op. Ik bestel zelf altijd half zoveel Nutella en dan nóg zit ik helemaal onder de hazelnoot. Nee, als het even kan ga ik liever voor echte chocolade in plaats van de geïndustrialiseerde chocopasta. Je proeft onmiddellijk het verschil. In Rue d’Odessa, vlak achter Tour Montparnasse, vindt u minimaal vijf crêperies en die zijn allemaal van topkwaliteit.

Buiten dat ze lekker eten meebrachten uit hun eigen regio, zorgden de Bretons ook voor lichte aanpassingsmoeilijkheden. Van alle bevolkingsgroepen verschillen Bretons het meest van andere Fransen. Er is Bretagne en er is de rest van Frankrijk. Ze duiden dat zelf liefkozend aan in hun eigen taal met: Breizh. Breizh wordt ook gebruikt als een soort keurmerk voor Bretonse kwaliteit (zoals hun vermaarde crêpes). Vergelijk het met Liverpool in Engeland. De Scoussers (of Liverpudlians) zijn geen echte Engelsen, nee, zij zijn Scoussers. Punt. Het mentaliteitsverschil tussen de Parisiens en de nieuwelingen was enorm. Daarom werden de Bretons al snel paysans genoemd, wat zoiets wil zeggen als boerenpummels. Maar nog veel meer komt het woordje plouc voor. Als je over plouc begint, dan maak je Franse tongen los.

Net zoals vele andere hoofdstedelingen voelen Parisiens een zekere superioriteit ten opzichte van de provincie. Het is hetzelfde als bij Amsterdam versus de rest van Nederland, en Antwerpen tegenover het provinciale Vlaanderen. Plouc (spreek uit: ‘ploek’) is hèt woord om dat gevoel tot uitdrukking te brengen. Uiteraard heeft het woord een negatieve bijklank, het is allerminst een compliment als iemand het tegen je zegt. Het woord wordt gebruikt voor alle mensen van buiten Parijs, want Parijs is zogezegd de beschaving en de rest is de provincie. Daar wonen rednecks, boerenpummels, kinkels, hillbillies, of vult u uw eigen woord voor plouc maar in.


De oorspronkelijke herkomst van dit woord komt uit Bretagne. Sterker nog: plouc ligt zelfs in Bretagne. Heel veel dorpen, gemeenschappen en parochies beginnen met het woorddeel plou: Plouhinec, Plouvara, Plouénan, Plouasne, Plouisy. Het regent ‘plous’ in Bretagne. Als je het mikpunt bent van deze bespotting, moet je proberen het ongemak in je voordeel om te draaien. Dat hebben de Bretons gedaan met het tekenfiguurtje Bécassine. Zij is het archtype van de Franse boerin, waar iedere Franse jongen en meisje mee opgroeit. Een soort kuifje op klompen die je cider komt brengen en de lekkerste crêpes voor je bakt. Je ontmoet haar in de heerlijke crêperies in Montparnasse. 

Bon appétit!